Handleiding voor de behandeling van de Kat Picture

English Dutch

Hieronder vindt u de tekst van "Handleiding voor de behandeling van de Kat" door L.J. Quarles van Ufford, gedrukt in 1934.

De Kat

Als motto bij een verhandeling over: Zang-, Kamer- en Kanarievogels staat geschreven: "Men moet met zijn dieren medeleven".
Met katten is dit zeer zeker het geval. Katten zijn wel huisdieren, maar de wilde aard is haar bijgebleven. Er is dan ook geen huisdier zoo eigenzinnig als de kat. Men zal haar op schoot willen nemen, dan zal zij er links afspringen, om er rechts weer op te komen.
Om een dier - een wezen - goed te kunnen verplegen, moet men zijn constitutie leeren kennen, en vooral zijn

Karaktereigenschappen.

Er zijn geen twee katten gelijk van karakter. Een kat heeft het land aan water op haar huid. Toch hoorde ik van een kat, die herhaaldelijk een sloot overzwom. Ook kende ik een kat, die uren lang aan den oever van een stroompje zit te visschen, door met den poot uit te slaan. Eens verloor ze daarbij het evenwicht, viel in 't water; maar kroop er even gauw weer uit om 't visschen weer voort te zetten.
Het is wel treurig dat den katten zooveel dieren ten offer vallen. Wij veroordeelen in haar vooral ook dat ze onophoudelijk op de vogeljacht gaan; maar... wij vinden het heerlijk als ze ons de muizen wegvangen, waar ze bizonder wreed mede omgaan. Wat een tegenstrijdigheid!
Zoo is nu eenmaal de mensch, maar zoo is ook de kat. En om nu het ware karakter van z'n kat te kennen, moet men met haar medeleven; moet men haar in al haar eigenaardigheden waarnemen een leeren begrijpen.
Een kat is valsch! zoo zegt men ten minste. Ik ben het er niet mede eens. Daarentegen durf ik beweren dat men van een kat, evenals van alle huisdieren, door de wijze van grootbrengen en er mede om te gaan, een zacht dier kan maken.
Reeds van de geboorte af moet men haar vertrouwen inboezemen, er zich veel mede bemoeien, met haar spelen en... met haar praten, veel praten en... zacht praten.
Daarom maakt het zoo'n onderscheid, uit welk huishouden een kat afkomstig is. Men vergeet gewoonlijk, dat men ze moet rangschikken onder de roofdieren; en geen dier ook verwildert zóó spoedig als de kat.
Een kat te temmen, dat is haar huiselijk en aan ons gehecht te maken, is een geheim dat niet ieder bekend is. Men moet van een dier houden en het dit laten voelen.
Dat een kat ons wel eens krabt is juist; maar dit is daarom nog geen valschheid, al wordt het er wel voor gehouden! Een kat toch gebruikt haar nagels om zich vast te houden en om te klimmen.
De katte-poot heeft 4 teenen en een duim, en het is een eigenaardigheid van het dier, dat ze in sommige gevallen alle vijf gebruikt om zich vast te houden - evenals de apen en... wij.
Pakt een kat ons dus vast, dan moeten we zeer voorzichtig zijn met daarvan los te komen en nooit de hand terug trekken.
Wij hebben een lieve poes die het heerlijk vindt op onze schouders te klimmen, vooral als wij een lekker hapje in de hand hebben; maar voor de dames is het heusch niet aangenaam, wanneer daarbij de nagels door het dunne goed tot in haar schouders dringen. Is het dan echter billijk om te spreken van een valsche kat?... Stellig niet. Pakt de kat onze hand om een lekker beetje aan te nemen, en trekken wij de hand terug, dan verwonden wij ons aan haar nagels, maar wij mogen niet zeggen dat de kat ons krabt.

De hierbij gevoegde foto's vertoonen u onze kat, die lever aanneemt, iets waar ze dol op is. Men ziet hoe ze met haar pootjes de hand vat, maar u kunt er van overtuigd zijn, dat zij haar nagels niets laat voelen.
Wanneer een kat haar nagels uitslaat, dan is het uit zelfverdediging; omdat ze het zaakje niet vertrouwt.
Boezem haar dus vertrouwen in, en tracht te weten te komen, waar zij van houdt, - zoo bijv. op het gebied van haar

Huisvesting.

Ik heb wel eens gelezen, dat de kat een kussentje verlangt om op te slapen, en er zich zoo heerlijk in te rollen. Dit is eenigszins overdreven. Een kat vindt 't b.v. heerlijk om op papier te liggen, dun of dik. Let er maar op: wanneer de courant op tafel ligt, gaat poes er op liggen.
Wij hadden voor poes, in de kamer waar zij slapen moest, het zoogenaamde poesenmandje staan, maar nooit of hoogst zelden heeft ze er gebruik van gemaakt. Het was een rommelkamer met hooge en lage kasten, en op een van die kasten, een hangkastje, was haar slaapplaats. Hoe ze daar in het donker wist op te komen is altijd een raadsel voor ons gebleven; zelfs bij daglicht was 't een kunststuk. Maar op die kast dan stonden een kistje met gereedschap en een ander kistje, lang ± 30 c.M., breed 15 c.M. en 10 c.M. diep. Dat was haar liefste bed; en ook zocht ze haar slaapplaats wel eens boven op 't gereedschap!
Eén nacht moest de groote hond daar óók overnachten en kwam ook de hondemand er te staan. Zeker uit nieuwsgierigheid, want nieuwsgierig zijn katten in hoge mate, zat poes er al ras midden in.

Toen wij verhuisd waren kreeg ze uiteraard een andere kamer waar toevallig een grove mand op haar kant lag. En, neen maar, diè was heerlijk! Evenals in later tijd de groote rommelkast - waar ze aanstonds in kruipt, als de kast maar open staat.
De moraal van dit alles: tracht te weten te komen van welk plaatsje de kat het meeste houdt!
Dit is zeker, dat ze als regel houdt van een heel hóóge slaapplaats. In het Dieren-asyl te 's-Gravenhage bevinden zich in al de kennels tegen 't plafond houten kistjes, die bij alle katten zeer in trek zijn; de dieren zitten daar rustig. Bij de eerste verbouwing van dit Asyl was de katten-afdeeling boven die der kosthonden aangebracht, onder het dak, en het was toen al ras opgevallen, dat de katten altijd op de balk zaten, als deze toevallig door haar kennel liep. Daarom werden bij elk nieuw kattenverblijf, de bewuste hokjes tegen de zoldering aangebracht.
Het is lang geleden sedert in het oude Asyl een verblijf voor katten werd gemaakt. Te voren werden in Engeland inlichtingen gevraagd, en werd aan het Bestuur medegedeeld, dat opeenhooping van katten in eenzelfde ruimte sterk af te keuren was, omdat dit aanleiding gaf tot treuren van sommige dieren door intimidatie van de katten onderling. Ook besmettelijke ziekten en zelfs sterfgevallen konden er 't gevolg van zijn. Dit was dan ook de reden, dat in het Haagsche Asyl voor elke kat een afzonderlijke afdeeling werd ingeruimd, en met uitnemend gevolg! De ruimte van zoo'n afdeeling meet 1 Meter in de breedte, 1½ Meter in de diepte en ruim 2 Meter in de hoogte. Op 0.75 M. hoogte bevindt zich een plank of tafel over de gansche breedte, en ter diepte van ongeveer 80 c.M. Er staat een schuin richelplankje tegenaan, waarlangs de dieren kunnen opklauteren. Op die tafel staat in een der hoeken nog een los tafeltje, waaronder een mandje geplaatst kan worden. Bij warm weer kregen de poesen in plaats van het mandje een vel grof papier, dat ze verrukkelijk vonden, maar waarvan men later door den papiernood moest afzien. Op den grond staat de stenen of geëmailleerden bak (poesenbak) die dagelijks gereinigd wordt. Iederen dag moeten die bakken gereinigd, anders worden de katten onzindelijk. In den bak doet men droog (wit) zand, zaagsel of turfstrooisel (niet turfmolm).
Op de plank plaatst men bakjes met

Eten en drinken.

Wat zoo'n kat al eten moet? Alles wat de pot schaft. Er zijn natuurlijk dingen waar ze niet van houden, en de eene kat houdt van iets dat een andere laat staan; zoo gaat het met ons en zoo gaat het met de dieren evenzeer. Maar ik durf zeggen, dat alle katten verzot zijn op havermout. Onze poes, bijv. snoept anders nooit, maar ze kan de havermout niet onaangeroerd laten staan.
Bij het geven van voedsel heeft men in de eerste plaats er op te letten in welke conditie de kat verkeerd; of ze jong is; of zij jongen krijgt of heeft; of de kater in dien tijd veel op de daken toeft en met gaten in z'n wangen en met krabben thuis komt; of het winter of zomer is; en ook of ze pas ziek is geweest, en wat opgekweekt moet worden. Zoo beweert men, dat men jonge katjes met rauw vleesch moet voeden, zoodra ze het willen nemen. Hoewel een stukje vleesch nu en dan geen kwaad zou doen, is een overwegende vleeschvoeding dan hoogst nadeelig. Goede, ongekookte, lauwe melk; havermout met melk gekookt; en, wanneer het katje ouder geworden is, wat gekookte groenten en linzen en erwten in eigen afkookwater met vleeschnat, is oneindig beter, daar het gemakkelijker verteerbaar is.
Na het tanden-wisselen mag wat licht verteerbaar vleesch gegeven worden. Goed kattenbrood, met vleeschnat gekookt of geweekt, is eveneens uitstekend, en hoewel afwisseling van spijs noodzakelijk is, verdient het toch aanbeveling bij het aanschaffen van een kat te vragen hoe zij gevoed is geworden, aangezien plotselinge verandering van diëet nadeelig kan zijn.
Het is onmogelijk een universeel voorschrift te geven, hoe een kat gevoed moet worden, daar dit haast nooit voor twee katten gelijk is. Een kat moet met smaak alles opeten, en haar eten mag men nooit "laten staan". Daarentegen moet men zijn kat ook weer niet, door altijd fijne kostje te voeren, als bijv. expres voor haar gebakken botjes, voor een eenvoudigen kost bederven.
Het is gewenscht niet altijd geweekt en zacht voedsel te verstrekken. Voor het gebit is dit niet goed, noch voor de ingewanden, wijl de maag niet krachtig kan werken en de maagfunctie verslapt. De gunstige werking die het speeksel op de spijsvertering uitoefent, wordt uitgeschakeld.
Gezonde katten knabbelen dan ook gaarne aan droge cakes, gedroogde visch en vleesch.
Dat een poes twee maaltijden per dag moet hebben is ook weer geen axioma. Men moet evenwel altijd aan het volgende vasthouden: regelmatigheid, groote zindelijkheid op alles, afwisseling van voedsel, genoeg maar nooit te veel, en altijd helder water in overvloed.
Bij koud weer moet men door krachtiger voedsel trachten de inwendige warmte wat te verhogen. Aan vogels geeft men daartoe wat maan-(papaver) zaad, voor katten is dan vleesch en visch in wat grooter hoeveelheid zeer geschikt. Wij hebben dan ook wel eens in een Engelsch blad gelezen, dat men een kat meer vleesch of visch moet te eten geven, al naar ze ouder wordt. Als van zelf blijkt hier uit dat men dit meerdere ook moet geven aan katten, die wat opgekweekt en versterkt moeten worden.
Het gebeurd dat katten, evenals honden, niet van melk houden; geef ze in dat geval wat geitenmelk, zelfs aangelengd met water; ze zullen het heerlijk vinden; daar zijn we van overtuigd.

In een Engelsch boek lezen we, dat men katten ongekookte melk moet geven; 't waarom staat er niet bij. Zou het niet kunnen zijn, dat ze, evenals menigeeen onder ons, niet van den onnatuurlijken "kooksmaak" houden? Een deskundige, dien wij daarover spraken, durfde niet verklaren dat katten niet vatbaar zouden zijn voor typhus, mond- en klauwzeer of tuberculose, waartegen wij de melk koken; maar wèl verklaarde hij, dat ongekookte melk voedzamer is. Ons dunkt dat men geitemelk door de bizondere wijze waarop wij geiten houden - in tegenstelling met ander vee - gevoegelijk ongekookt zou kunnen geven, en dat daarin 't geheim ligt.
Brood, 't liefst oudbakken, is ook een hoofdvoedsel en wordt in melk geweekt gegeven. Voor katten, die 't niet willen eten, mengt men het onder vast voedsel.
In Engeland zijn tentoonstellingen aan de orde van den dag en ze hebben daar zooveel succes, dat men de dieren slechts daarvoor houdt. Zonder een voorstander te willen schijnen van het tentoonstellen van dieren, kan ik mij toch niet ontveinzen dat de Engelsche tentoonstellingen een heilzamen invloed hebben op de verpleging der dieren; want de toestand waarin de dieren bij expositiën moeten verkeeren wordt aan een zeer scherpe critiek der jury onderworpen. Men gaat dan zelfs zoover, dat men z'n dieren hoofdzakelijk op dierlijk voedsel houdt, en, daar afwisseling van spijs aanbevelenswaard is, hen dagelijks den eenen keer vleesch, en den anderen keer visch voert.
Voor katten, die "van 't eten af" zijn, beveelt men aan ossenlever, gekookt en daarna hard gebakken en geraspt over het eten te strooien. Dit schijnt ze weer spoedig aan 't eten te brengen. Er zijn inmiddels onder de katten ook kleine eters, die daarom nog niet van 't eten af zijn, terwijl men ook wel eens gulzigheid voor honger aanziet.
Het is eigenaardig hoe wij dikwijls zoeken naar versterkend voedsel, en het beste wegwerpen. Zoo wordt het water, waarin groenten zijn afgekookt, gewoonlijk weggeworpen, terwijl het aan voedingszouten zoo rijk is. Het wordt door ons gebruikt om daarmede, in plaats van met water, het eten van hond en kat wat natter te maken. Zoo schijnt ook kalkwater vooral voor jonge katten zeer heilzaam. Wij volstaan met het geven van een theelepel fosforzure kalk (beendermeel), dat in kleine hoeveelheden zoo heilzaam is voor het beenderengestel. Grootere hoeveelheden geven aanleiding tot verstopping.
Engelsche fokkers beweren dat er geen voedingsstof zooveel geneeskracht bevat als gras. Zij gaan daarbij zoover dat zij, wanneer ze geen grasperk tot hun beschikking hebben om er katten los te laten, gras zaaien in potten, om die vervolgens onder het bereik van hun katten te plaatsen.
Het kan ook een behoefte zijn om in iets te bijten, om de tanden te gebruiken, alsmede behoefte aan bepaalde bestanddelen en prikkels (voedingszouten).

Ziekten, verwondingen, enz.

Uit den aard der zaak zullen wij in 't ondervolgende slechts melding maken van zoogenaamde huismiddeltjes, en het kan dus slechts dienen als eerste hulp bij ongelukken. Ziekten en verwondingen van ernstigen aard dienen door dieren-artsen behandeld te worden.
De behandeling, die een dierenarts dan voorschrijft is inmiddels nog niet altijd door een leek zoo gemakkelijk uit te voeren. Zoo bijv. het ingeven van voedsel, zoowel vloeibaar als droog. Indien een kat moeilijk te behandelen is, dient men in de eerste plaats zorg te dragen at het dier zich niet verzetten kan, en daarbij krabben. Daartoe windt men een groote doek stevig om het lichaam, en daarmede de pootjes vast. Voor het ingieten van een drankje moet men den mond niet openbreken, doch laat men gesloten. Men steekt eenvoudig den wijsvinger in den mond van het dier, tusschen de wangen en kiezen, en vormt op die manier een zakje, waarin men met kleine beetjes het drankje giet. Het is zeer gemakkelijk om daarbij gebruik te maken van een apothekersfleschje van ± 20 gram, waarin men vooraf de bepaalde hoeveelheid gedaan heeft. Voor het ingeven van wonderolie neme men een grooter fleschje, daar men anders te weinig ingeven kan. Wonderolie kan men in dat fleschje gemakkelijk goed vloeibaar en dun maken, door het fleschje met de olie in een kopje warm water te plaatsen. Door het fleschje daarna tegen ons (gesloten) oog te houden of eerst tegen de wang, kan men oordelen of het niet te warm is. Wanneer een poes niet slikken wil, houdt men een oogenblik haar neus dicht. De kop moet bij deze beweging òp worden gehouden.

Pillen moeten achter op de tong geplaatst worden, zoo diep mogelijk; poeders nagenoeg op dezelfde plaats. Poeders zijn het gemakkelijkst in te geven, aangezien de poeder spoedig vast kleeft aan de slijmvliezen, en er niets van verloren gaat, dan hetgeen weggehoest wordt. Poeders kunnen ook met wit van ei stijfgeklopt en alzoo ingegeven worden.
Wij willen verder alleen bespreken de gevallen die door leeken gemakkelijk behandeld kunnen worden, zoo bijv.:

Lichte oorontsteking

Men ziet al ras of een kat daarvan last heeft bijv. door dat zij zich met den achterpoot krabt. Dat kan aanleiding geven tot verwonding, maar de kwaal zelf is het gevolg van ontsteking van de huid van den gehoorgang, waardoor zich een zeer onaangenaam riekend vocht afscheidt, dat tot vervuiling aanleiding geeft. Men ziet het het arme dier aan; 't laat het zieke oor zakken en 't schudt onophoudelijk met den kop.
Als men met z'n dieren medeleeft, ziet men dadelijk wat er gaande is, en dan is de behandeling eenvoudig. Men draait een vlokje verbandwatten om het einde van een lucifer waarvan de scherpe kanten wat zijn afgeslepen, en reinigt daarmede het oor, daar waar 't hindert, en reinigt ook alle plooien van 't oor. Men kan vrij diep gaan, maar men zij zeer voorzichtig het trommelvlies niet te raken! Worden die watjes - men maakt er tevoren vier, vijf gereed - niet meer vuil, dan brengt men op dezelfde wijze met een watje wat boorzalf in 't oor. Met een paar keeren is dan de kwaal geleden.
Het houtje mag het oor niet kunnen verwonden.
Wanneer de ontsteking van eenige beteekenis is, dan moet men de hulp van een dierenarts inroepen.
Zij kan ook ontstaan door wratten en wat men noemt oor-kanker. Ook hier moet de dierenarts ingrijpen.
Om diep in den gehoorgang te kunnen kijken, trekke men een weinig aan de oorschelp.

Spijsverterings-afwijkingen

Het is niet aan te raden purgeermiddelen te geven; men doet het beste bij verstopping wat meer gekookte groenten te geven of wat slaolie. Ook de olie van sardines is zeer goed en wanneer men hierdoor eenige druppels Castorolie mengt, wordt dit gretig opgelikt.
Evenmin is het aan te raden een te dunne ontlasting tegen te gaan met bepaalde stopmiddelen. Een verandering in het voedsel, bijv. met wat rijst, is dan aanbevelenswaardig. Wordt de kwaal evenwel ernstig, zoo behoort de dierenarts te worden geroepen.

Toevallen

Het gebeurd dat een kat schijnbaar heel gezond is en dan plotseling neervalt, en ligt te stuiptrekken, om na een oogenblik langzaam en als versuft weer bij te komen, terwijl, dan vocht en slijm uit den mond loopt. Dergelijke aanvallen kunnen verschillende oorzaken hebben; men verzuime niet een dierenarts te raadplegen.

Lastige bezoekers

Hiervoor spraken wij over gulzigheid. Deze gulzigheid kan veroorzaakt worden door wormen, en in dat geval zal het dier zooveel kunnen eten als 't wil, en toch mager blijven. Valt het u dus op dat uw dier buitengewoon veel eetlust toont, overtuig u dan of zich in haar bak ook fragmenten van wormen bevinden, kleinere of grootere witte geledingen, welke duiden op het hebben van wormen. In dat geval dient een dierenarts u een middel voor uw poes voor te schrijven.

Een lekker hapje

Lintwormen scheiden langwerpige stukjes af van 1 c.M. lengte en ± 3 m.M. breedte.
Het zal wel niet noodig zijn te zeggen dat ook de vloo een onaangenaam en lastig dier is. Zeker ook voor katten, en niet het minst voor de langharige, doordat haar haar zoo heel fijn wollig en zoo dicht is.
Men kamme de dieren en wassche met een van de onschuldige waschmiddelen, die in den handel zijn. Voorlichting kan men bij elken dierenarts, bij elke dieren-polykliniek of dierenasyl verkrijgen.
De mand en slaapplaats van de kat moeten óók flink schoongemaakt worden, omdat deze met eieren en larven besmet kunnen en zeker zullen zijn.
De katte-luis is een grijs-geel insekt met ovaal lichaam, ongeveer ter grootte van een speldenknop. Het wordt gewoonlijk aangetroffen daar, waar de kat zich niet met de pooten bereiken kan, en op de lichamen van niet onderhouden en verzwakte dieren. Het insekt veroorzaakt een soort roos, waaraan het te herkennen is, maar allereerst ontdekt men de talrijke neten of eieren, die schuin tegen de haren vast zitten.
Om met eenig goed gevolg de kat hiervan te genezen, moet men terzelfder tijd, dat men de luis bestrijdt, de kat op krachten brengen. Aangezien de huid bij deze katten bizonder droog is, moet men ze zooveel mogelijk vet geven.
Er zijn in den handel wasschingen, welke niet giftig zijn, maar men bedenkt, dat carbol, lysol, creolin en dergelijke preparaten bij de katten door de huid worden opgenomen en doodelijk zijn. Ook de z.g. hoofd-eau de cologne is verkeerd.

Tierig en gezond mee uit fietsen

Schurft

Dit is een ziekte van veel ernstiger aard, en tevens veel moeilijker te bestrijden. De parasiet, die haar veroorzaakt, behoort tot de mijten (Acari) en gelijkt op de kaas-mijt. Ze is zóó klein dat ze met het ongewapende oog niet te zien is. Maar zoo klein als ze is, is ze ongelooflijk vruchtbaar. Ze graaft zich in de huid in, en legt daar een 24-tal eieren. In den tijd van een week komen deze uit, en na een paar weken leggen die jongen weer eieren; en zoo gaat de voortplanting zoo snel dat er 1.000.000 nakomelingen zijn in 90 dagen!
De kat krijgt schurft door in contact te komen met reeds aangetaste katten. De ziekte kan echter ook overgaan op honden en ook op menschen. Gelukkig zijn alle huidaandoeningen geen schurft; wees dus niet overdreven angstig, maar voorzichtig en raadpleeg den dierenarts zoodra U op de huid van uw kat kale plekken waarneemt, om de ogen, op de ooren en zoo meer.

Wonden

Bij de behandeling van wonden is groote zindelijkheid een eerste vereischte, en men dient de wonden zoo zuiver mogelijk te houden. Zeer vele middelen tot desinfectie zijn echter vergift voor de kat, zoodat men voorzichtig moet zijn! Een goed middel is kalium permanganaat 1 : 300. Ook waterstofsuperoxyde H2O2 en 2% sodaoplossing. Voorkomen is beter dan genezen. Nu kan men natuurlijk niet voorkomen dat een kat gebeten wordt, of zich snijdt met b.v. door een ruit te vallen; maar wat men wel kan voorkomen is dat poes speelt met de spelden en naalden van 't speldenkussen. Van die damesartikelen schijnen poesen zeer veel te houden, en ze schijnen ook erg lekker te smaken. Want herhaaldelijk komen katten onder behandeling, omdat een naald of speld in haar keel zit. Mij is zelfs het geval bekend, dat een kat een hoedenspeld van 17 c.M. lengte had ingeslikt, met den knop naar onder.
Onnodig te zeggen dat ook in dergelijke gevallen de hulp van een dierenarts moet worden ingeroepen, aangezien zeker ook bij deze behandeling de kat onder narcose gebracht moet worden.
Maar ook moet men zorgen dat poes geen groote botten van vogels te pakken krijgt, want de splinters van deze botten zijn zóó scherp, dat ze veelal in de ingewanden blijven steken, en de dieren moeten dan worden geopereerd als men althans ontdekt wat poes heeft!
Geopereerd - onder narcose; want

Narcose

is altijd te verkiezen, omdat de geneesheer dan veel rustiger handelen kan, het dier niet onnoodig verwondt en, wat van groote beteekenis is, het dier niet martelt, door den ontzettenden angst, die het bij de operatie zou aangrijpen. De wond van een dier, dat onder narcose geopereerd wordt, heelt veel beter en spoediger, doordat het dier, althans de eerste dagen, de dagen waarvan zooveel afhangt, zich niet bewust is van hetgeen het overkomen is. Een dier, dat bij bewustzijn geopereerd is, zal spoedig het aangelegde verband trachten af te rukken.

Brandwonden

Deze behandelt men zoo spoedig mogelijk met veel boorzalf of vaseline; en zelfs boter is voor 't eerste oogenblik uitstekend.

Lusteloosheid

Zieke katten, katten die lusteloos zijn, geen eetlust hebben, zonder dat wij weten wat zij hebben, pleegt men in Japan een rauw ei te geven en men beweert dat zij daarna hersteld zullen zijn.
Het is eens te beproeven.

Alvorens deze verhandeling te eindigen willen wij nog even waarschuwen tegen de gevolgen van de groote nieuwsgierigheid van deze dieren.
Het is alsof een kat behoefte heeft overal op ontdekking te gaan en daarom in alle gaatjes kruipt, waar ze ternauwernood door kan. Hoe dikwijls hoort men bijv. niet van katten die onder vloeren zijn geraakt of achter muren zijn ingemetseld, of in kasten zijn opgesloten en zoodoende zijn zoek geraakt. Onlangs nog hoorde ik van een zwarte kat die in den oven van een kachel was gekropen, waarna deze gesloten en de kachel aangemaakt was.
Het was een groot toeval, dat poes nog tijdig daaruit gered werd.
Katers, die niet gecastreerd zijn, zijn in den regel - bij tijden - onzindelijk. Op den leeftijd van een half jaar (ook ouder) kan het castreeren door een dierenarts onder narcose geheel pijn- en gevaarloos geschieden.
Dit is aan te bevelen.

Het dooden

Tenslotte nog dit: om een kat of een hond, die zwaar gewond of ongeneeslijk ziek is, een zachte dood te geven, raadplege men het best een dierenarts, die zal uitmaken, voor ieder geval afzonderlijk, welke manier de beste is, om het dier uit zijn lijden te verlossen.