Vaccinatie tegen FIP en FIV: is het mogelijk? Picture

English Dutch

[Vertaald door Karin Sandbergen.]

Door Pr. Oswald Jarrett, Universiteit van Glasgow, 2007.
(Herdrukt met toestemming).

FIP (Feline Infectieuze Peritonitis)

Inleiding

FIP (Feline Infectieuze Peritonitis) is een dodelijke ziekte, veroorzaakt door besmetting met het feline coronavirus (FCoV). Hoewel het virus vaak bij huiskatten voorkomt, vooral in groepen waar meerdere katten aanwezig zijn, blijven de meeste besmette katten gezond en komt de ziekte maar bij een klein deel van de besmette dieren voor. FIP is echter op dit moment waarschijnlijk de meeste voorkomende besmettelijke doodsoorzaak bij katten.

FCoV is een zeer besmettelijk darmvirus dat wordt verspreid door middel van uitwerpselen en speeksel. Na blootstelling aan het virus zijn er drie mogelijke gevolgen:

      ~10% van de katten wordt blijvend besmet,
      ~85% van de katten wordt kortstondig besmet, of
      ~5% van de katten is immuun voor de besmetting

Besmette katten scheiden het virus uit via hun uitwerpselen. Katten met een kortstondige besmetting herstellen na een lange periode en scheiden het virus niet meer uit via hun uitwerpselen, maar kunnen vervolgens opnieuw besmet raken en het virus weer uitscheiden. Katten zijn seropositief wanneer zij uitscheider zijn, maar worden na enige tijd, nadat zij stoppen met uitscheiding van het virus, seronegatief. De grote meerderheid van seronegatieve katten scheidt het virus niet uit.

Hoe veroorzaakt FCoV FIP?

De grote meerderheid van katten die besmet raakt met FCoV is volkomen gezond en krijgt geen FIP. Nogal verrassend lijkt FIP niet voor te komen bij die katten die herhaaldelijk met het virus worden besmet. De meeste gevallen komen na de eerste besmetting bij kittens voor. Dit komt overeen met de vaststelling dat de meeste gevallen zich voordoen bij katten die jonger dan 12 maanden oud zijn. Kittens worden besmet als zij een paar weken oud zijn. Er is geopperd dat de druk van het herhuisvesten van kittens kan bijdragen aan het ontstaan van FIP. Katten die FIP krijgen, hebben een veel grotere hoeveelheid van het virus in hun lichaam dan gezonde, besmette katten. Het is aannemelijk dat deze uitgebreide reproductie van het virus de opkomst van mutante virussen toestaat, die met het ontstaan van FIP hebben te maken. Deze mutante FCoV's worden vaak "feline infectieuze peritonitis virussen" (FIPV's) genoemd. Nog een piek van FIP komt voor bij oude katten, die waarschijnlijk wordt veroorzaakt door een grotere hoeveelheid van het virus vanwege het falende immuunsysteem van oudere dieren. FIP wordt veroorzaakt door een hevige ontstekingsreactie op het virus, die plaats vindt rondom de wanden van de bloedvaten en leidt tot de afvoer van vocht door de vaten naar de buik ("natte" FIP) of beschadiging van organen, zoals de nieren, veroorzaakt door de vernietiging van onmisbaar weefsel ("droge" FIP).

Hoe doeltreffend is het FIP-vaccin dat in sommige landen verkrijgbaar is?

Het is duidelijk dat een vaccin dat FIP voorkomt heel erg nuttig zou zijn voor het welzijn van katten. Er is een vaccin ontwikkeld tegen FIP (Primucell, Pfizer Animal Health). Dit is een verzwakte, temperatuurgevoelige FCoV dat via de neus wordt toegediend. Het virus is in staat om cellen in de lagere temperaturen van het neuskanaal te reproduceren, maar niet in het lichaam, dat een hogere temperatuur heeft. Bescherming wordt verkregen omdat het vaccin immuniteit van de slijmvliezen teweegbrengt, die zich uitbreidt naar de darmen. Kittens moeten worden gevaccineerd als zij ouder zijn dan 16 weken, door middel van twee doseringen, die met een tussenpoos van 3 à 4 weken worden gegeven.

Wat zijn de mogelijke problemen bij dit vaccin?

Is het vaccin de oorzaak van een verergering van de ziekte? Het is een fabeltje dat vaccinatie verergering van FIP veroorzaakt, zoals is waargenomen bij laboratoriumproeven. Dit fenomeen komt alleen voor wanneer katten worden gevaccineerd en dan worden blootgesteld aan zeer kwaadaardige, FIP-veroorzakende, FCoV's. Er is geen bewijs dat het huidige vaccin verergering veroorzaakt, wanneer gevaccineerde huisdieren worden blootgesteld aan de types, of dosering, van FCoV zoals die in de natuur voorkomen.

Is het vaccin afdoende? Er zijn verschillende tests met het vaccin uitgevoerd om erachter te komen of het vaccin FIP onder normale omstandigheden bij huiskatten voorkomt. Bij een onderzoek in Zwitserland kwam men erachter dat het vaccin katten beschermde, maar alleen als het was toegediend voordat de katten werden besmet met FCoV; het vaccin gaf geen bescherming aan katten die voor de vaccinatie werden besmet. Dit is een probleem omdat de meeste kittens besmet raken, vaak via hun moeders, lang voordat zij 16 weken oud zijn, wat de leeftijd is waarop het vaccin kan worden gegeven.

De toekomst: kan er een nog doeltreffender vaccin worden gevonden?

Zoals aangegeven door de resultaten van het Zwitserse onderzoek, is het voornaamste probleem met FCoV vaccinatie dat veel kittens besmet raken voordat het mogelijk is hen te vaccineren. Ongeveer éénderde van de (besmette) moeders besmet hun kittens binnen 12 weken na de geboorte. Daarom zou een succesvol vaccin veilig moeten zijn om aan zeer jonge kittens toe te dienen en zou moeten leiden tot immuniteit op grond van antilichamen die via de moeder zijn verkregen. Een andere aanpak zou zijn om zwangere poezen te vaccineren om zo te zorgen voor een hoger, passief beschermingsniveau van hun kittens gedurende de eerste weken van hun leven, voordat zij werkelijk immuun kunnen worden gemaakt.

FIV (Feline Immunodeficiëntie Virus, ook wel kattenaids)

De voornaamste problemen van vaccinatie

  • Een vaccin moet zeer krachtig zijn om te voorkomen dat besmettelijke FIV, cellen binnendringt en op die manier een blijvende besmetting tot stand brengt.
  • FIV komt voor in verschillende subtypes. Als deze subtypes ook verschillende antigene types zijn, zou een vaccin bescherming moeten bieden tegen het dominante subtype in een specifiek geografisch gebied.
  • Het huidige vaccin belemmert de diagnose.

Het ontstaan van FIV

FIV is een normale besmetting die over de hele wereld bij huiskatten voorkomt en die ongeveer 5% van de katten in Europese landen besmet. Het virus wordt overgebracht door bijten en voor weerstand tegen de besmetting doet leeftijd er niet toe. Daarom lopen oude, buiten rondzwervende katers het meeste risico om besmet te raken.

Het virus besmet lymfocyten, waar het een blijvende besmetting tot stand brengt. Een immuunreactie ontwikkelt zich, die zowel celgemedieerde immuniteit als humorale immuniteit omvat, die het virus voor langere perioden onder controle houdt. Eenmaal besmet, herstellen katten niet van een FIV-besmetting omdat het virus in sommige cellen sluimerend aanwezig blijft en waar het voor de immuunreactie verborgen is. Veel katten die met FIV zijn besmet zijn gezond, maar sommigen ontwikkelen immuundeficiëntie en sterven op den duur aan een aantal klinische ziektebeelden.

De hoop op een vaccin is gebaseerd op de gedachte dat een immuunreactie teweeg kan worden gebracht die voorkomt dat cellen worden besmet nadat het virus het lichaam is binnengedrongen.

Hoe doeltreffend is het FIV vaccin dat in sommige landen verkrijgbaar is?

Een vaccin, Fel-O-Vax FIV (Fort Dodge) is verkrijgbaar in de Verenigde Staten en sommige andere landen. Dit vaccin bestaat uit ge´nactiveerde FIV en FIV-besmette cellen van de subtypes A en D en heeft aangetoond dat het katten beschermt tegen een proefondervindelijke aanval van de FIV-subtypes A en B, de meeste voorkomende subtypes in Noord-Amerika. Het vaccin wordt door middel van een injectie toegediend aan katten, die ouder zijn dan 8 weken, in 3 doseringen met tussenpozen van 2 à 3 weken.

Wat zijn de mogelijke problemen met dit vaccin?

Beschermt het vaccin katten tegen een virus in de open lucht? Hoewel het is aangetoond dat het vaccin beschermt tegen laboratoriumstammen van het virus, is het niet duidelijk of het beschermt tegen FIV-stammen, die in de open lucht aanwezig en kwaadaardiger kunnen zijn.

Het vaccin belemmert de diagnose. Gevaccineerde katten hebben antilichamen tegen FIV die via de normale diagnostische tests worden ontdekt. Daarom is het onmogelijk gevaccineerde en besmette katten op deze manier van elkaar te onderscheiden.

De toekomst: kunnen er doeltreffender vaccins worden ontwikkeld?

Dit is nog niet duidelijk. Er wordt heel veel onderzoek verricht door onderzoekslaboratoria en andere farmaceutische bedrijven om FIV vaccins te produceren. Het eerste doel is het ontwikkelen van een vaccin dat leidt tot zowel een sterke celgemedieerde als humorale immuniteit teneinde een blijvende besmetting te voorkomen en die, evenals bij HIV, moeilijk is te bereiken. Als uitroeiing van het virus niet kan worden bereikt, kan een vaccin dat de hoeveelheid van het virus vermindert bij een kat die daarna besmet raakt, nog steeds nuttig zijn omdat het kans op verdere overdracht van het virus alsmede de ontwikkeling van de ziekte bij de besmette kat kan verminderen.

In de toekomst zal het belangrijk zijn testen van het FIV vaccin uit te voeren om bescherming te bieden tegen een natuurlijke infectie. Hierop volgend zullen nieuwe diagnosepraktijken moeten worden ontwikkeld zodat gevaccineerde en besmette katten van elkaar kunnen worden onderscheiden.