Indicaties voor vaccinatie tegen het feline leukemievirus Picture

English Czech Dutch Portuguese

[Vertaald door Karin Sandbergen.]

Door Prof. Oswald Jarrett, Universiteit van Glasgow, 2007.
(Herdrukt met toestemming).

Inleiding: Waarom is FeLV belangrijk?

FeLV is de oorzaak van verschillende ernstige, uiteindelijk dodelijke, ziektes bij de kat, vooral lymphomen, bloedarmoede en verminderde afweer. Van de katten die een blijvende besmetting ontwikkelen, sterft bijna 90% binnen 4 jaar nadat zij besmet zijn geraakt. Kittens zijn erg vatbaar voor besmetting, maar oudere katten zijn hier veel beter tegen bestand: Daarom zal een virus dat 100% van de 8 weken oude kittens besmet, slechts ongeveer 20% van de 6 maanden oude katten besmetten. Katten die zijn blootgesteld aan een besmetting, maar hiervan herstellen zijn daarna volledig immuun voor nogmaals een natuurlijke besmetting door FeLV. Het virus plant zich vooral goed voort in haemopoietische weefsels zoals beenmerg en in epitheelcellen, die aanwezig zijn in slijm, en wordt vooral via speeksel van kat op kat overgedragen. Omdat bij deze overdracht een nauw contact tussen katten een vereiste is, komt FeLV eigenlijk alleen maar daar voor, waar groepen katten aanwezig zijn. Als het virus in een groep katten aanwezig is, is doorgaans ongeveer 30% van de katten besmet; echter, onder katten uit huishoudens waar over het algemeen maar één kat aanwezig is en die buiten kunnen rondzwerven, is op dit moment minder dan 1% besmet.

Waarom komt FeLV minder voor?

Dit laatste cijfer is veel lager dan 20 jaar geleden, toen de ziekte in die populatie bij meer dan 5% voorkwam. Wat is de oorzaak dat het aantal gevallen van FeLV gedurende deze periode zo enorm is afgenomen? De reden is dat de besmetting in groepen met meerdere katten op een doeltreffende wijze onder controle is gebracht door middel van tests en quarantaine, en recenter door middel van vaccinatie. De allergrootste verandering heeft plaatsgevonden bij raskatten, onder wie het virus is uitgeroeid. Nog een uitwerking van de daaropvolgende vermindering van gevallen van FeLV in deze populaties, is een vermindering van het risico van besmetting van de buiten rondzwervende kattenpopulatie, door katten die werden besmet in een besloten groep met meerdere katten.

Dit is een groot succes gebleken.

Kan vaccinatie er voor zorgen dat het nog minder voorkomt?

Vaccinatie moet in combinatie met testen worden toegepast om de vermindering van het risico op een FeLV-besmetting in stand te houden. De klassieke manier om FeLV onder controle te houden, vooral in groepen waar meerdere katten aanwezig zijn, is door middel van testen en quarantaine. In een besmette groep, worden FeLV-positieve en -negatieve katten van elkaar gescheiden en vervolgens van elkaar ge´soleerd. Als er nieuwe katten bij de groep komen, moeten zij worden getest om er zeker van te zijn dat zij vrij van het virus zijn, voordat zij bij de negatief bevonden katten worden geplaatst. Het is heel erg belangrijk dat diagnostische tests op een betrouwbare manier plaats vinden om besmette katten te herkennen en dat een positief resultaat behaald met een test door een dierenarts, vooral bij een gezonde kat, wordt bevestigd door testen zoals immuunfluorescentie, virusisolatie of polymerase-kettingreactie. Positief bevonden katten moeten niet buiten kunnen rondzwerven, vanwege het risico dat ze andere katten kunnen besmetten. Negatief bevonden katten kunnen wel buiten rondzwerven, maar moeten worden gevaccineerd om te voorkomen dat ze besmet raken en op die manier het virus weer in de groep brengen. Vaccinatie tast een later onderzoek naar FeLV niet aan. Het heeft geen nut positief bevonden katten te vaccineren omdat het vaccin geen heilzame werking op deze katten heeft.

Moeten FeLV-negatieve katten in een huishouding waar maar één kat aanwezig is, worden gevaccineerd? Het is duidelijk dat als zij binnenshuis worden gehouden er geen noodzaak tot vaccinatie is omdat zij geen risico lopen. Als zij echter buiten kunnen rondzwerven, moeten zij worden gevaccineerd om ze tegen besmetting te beschermen.

Fabeltjes over FeLV vaccinatie.

Er is een algemene misvatting dat, omdat vaccins onder experimentele omstandigheden maar voor ongeveer 80% doeltreffend zijn, het geen nut heeft ze te gebruiken bij huiskatten. Het is in feite zeer aannemelijk dat het beschermingsniveau, dat in de natuur door vaccinatie wordt bereikt, hoger is dan dit cijfer aangeeft. Vaccins worden getest in laboratoria, waar het toetsingsniveau waaraan zij worden blootgesteld vele malen hoger ligt. In natuurlijke omstandigheden worden katten waarschijnlijk blootgesteld aan lagere doseringen van het virus, dus kan het beschermingsniveau in de open lucht hoger zijn dan in het laboratorium. Nog een reden om aan te nemen dat vaccineren het risico van besmetting van de hele populatie kan helpen te verminderen, is omdat door wiskundige modellen is voorspeld dat, als zelfs maar een relatief klein deel van de populatie is gevaccineerd met een vaccin dat maar voor 80% werkt, het risico van overdracht van het virus dan erg laag wordt.

Nog een fabeltje is dat, omdat volwassen katten meer weerstand hebben dan kittens tegen een FeLV-besmetting, het niet noodzakelijk is ze te vaccineren. Hoewel het waar is dat oudere katten minder vatbaar zijn dan kittens voor een FeLV-besmetting, lopen zij nog steeds een aanzienlijk risico om te worden besmet. Daarom is het uit het oogpunt van het welzijn van katten van alle leeftijden het beste om ze te vaccineren.

Hoe moeten FeLV vaccinaties worden toegepast?

Ik ben van mening dat een vaccin tegen FeLV moet worden beschouwd als een "kern vaccin" in situaties waar een kat het gevaar loopt te worden blootgesteld aan het virus. In wezen betekent dit dat alle katten, die buiten in contact komen met andere katten, moeten worden gevaccineerd, of ze nu uit een huishouden komen waar maar één kat aanwezig is of waar meerdere katten aanwezig zijn.

Welke termijn is van toepassing bij FeLV vaccinatie?

Een eerste vaccinatiekuur is absoluut noodzakelijk (voor kittens twee inentingen als ze 8 à 9 weken en 12 weken oud zijn; voor volwassenen twee inentingen met een tussenpoos van ongeveer 3 à 4 weken), 12 maanden later gevolgd door een booster. Onderzoeken naar de immuniteitsduur van sommige vaccins geven aan dat katten tot zeker 12 maanden na de eerste vaccinatie zeer goed worden beschermd. Katten die herstellen van een natuurlijke FeLV-besmetting zijn gedurende een periode van drie jaar en langer bestand tegen nogmaals een besmetting. Of vaccinatie dezelfde kwaliteit van immuniteit met zich meebrengt is nog niet bekend. Hoewel het huidige advies van de fabrikanten is om katten jaarlijks te laten vaccineren, is het aannemelijk dat bescherming door vaccinatie drie jaar in stand wordt gehouden.