Genetica Picture

English Chinese Spain French Italian Dutch Norwegian Swedish Portuguese Taiwanese

Wat gebeurt er als de effectieve populatie te klein is?

Eén ding dat gebeurt, is dat het inteeltcoëfficiënt bij elke generatie groter wordt. Eigenlijk gebeurt dit bij ALLE populaties die beperkt van omvang zijn, maar vervolgens werkt natuurlijke selectie waarschijnlijk meer ingeteelde individuen tegen, zodat redelijk kleine toenames in inteelt worden aangepast en de situatie blijft gehandhaafd. Het is ook bekend dat een groter aantal eicellen worden bevrucht, dan er uiteindelijk aan nageslacht wordt geboren. Een theorie is dat deze vroege foetussen voor hun plek in de baarmoeder moeten "vechten", waardoor de meer homozygote foetussen minder kans hebben om te overleven. Deze theorie is echter niet bewezen.

Wat gebeurt er als het inteeltcoëfficiënt generatie na generatie groter wordt? In het begin niet veel. Pas wanneer de homozygositeit een bepaald kritiek punt bereikt, worden de werkelijke problemen zichtbaar en dan is het meestal veel moeilijker te corrigeren. Het is veel beter deze problemen aan te pakken voordat de symptomen zichtbaar worden. Het opvoedkundige probleem is dan natuurlijk dat diegenen, die met te weinig individuen beginnen te fokken, niet meteen de problemen zullen zien, die worden veroorzaakt. Zij denken "ik heb jarenlang op deze manier gefokt en heb geen problemen ondervonden". Maar zoals we kunnen constateren is "vallen en opstaan" hier geen goede benadering! "Vallen" betekent in dit geval dat het al te laat is het op een makkelijke manier op te lossen.

Waarom is inteelt dan zo gevaarlijk? Een ding - waarmee elke ervaren fokker bekend is - is dat het een verhoogd risico op verdubbeling van schadelijke of dodelijke recessieve genen inhoudt. Het dubbele paar chromosomen beschermt ons overigens tegen dit risico, in een populatie in een dermate hoge mate, als er niet teveel sprake is van inteelt. Elk individu draagt een klein aantal schadelijke recessieve genen met zich mee. Sommige mensen denken dat inteelt de schadelijke recessieve genen verwijdert en dat dit leidt tot een, in de toekomst, gezonder ras. Ten eerste, lost inteelt op zich niets op, het zal gekoppeld moeten worden aan een forse selectie teneinde de ongewenste genen te kunnen verwijderen. Ten tweede, zult u wel aan aanzienlijke inteelt moeten doen teneinde alle loci homozygoot te maken, zodat u kunt zien wat de katten dragen en alle ongewenste genen uit te roeien. Paar een poes met haar broer, en 25% van alle loci is homozygoot. Daarna paart u twee nakomelingen van dit nageslacht met elkaar, en 37,5% van hun loci is homozygoot. Vervolgens nemen we twee van DIT nageslacht en paren ze met elkaar. Op dit moment is de inteelt zo groot dat de meeste fokkers zouden terugkrabbelen. Echter, nog "maar" 50% van de loci is homozygoot. Ondanks deze drastische inteelt, zullen we andere recessieve, mogelijk schadelijke genen niet kunnen blootleggen.

Laten we aannemen dat we hiermee tot aan het einde doorgaan! We fokken een lijn richting 100% homozygositeit, waarbij we tot aan het einde flink selecteren tegen schadelijke genen. Alle individuen zullen dan precies hetzelfde genotype hebben, met uitzondering van het feit dat de mannetjes een Y-chromosoom moeten hebben en de vrouwtjes een tweede X-chromosoom.

Goed, het kostte veel moeite en geld deze zogenaamde isogene lijn te creëren en ondertussen stierven veel katten. Maar nu we eindelijk dit punt hebben bereikt, hebben we een lijn die vanuit genetisch oogpunt 100% gezond is! Joepie!!!

Het is mogelijk dit te doen, als u voorzichtig genoeg bent het niveau van homozygositeit niet sneller te laten stijgen, dan u in staat bent de slechte genen uit te roeien. Dit is gedaan met muizen, die voor wetenschappelijke tests gebruikt worden. Het werkt erg goed! Maar... ze slagen er alleen maar in één op de twintig lijnen te laten overleven. Ondertussen sterven de andere 19 lijnen. Misschien is het beter dat risico niet te nemen?

Ook is het immuunsysteem van homozygote individuen niet al te best. Het immuunsysteem werkt beter als de betrokken loci heterozygoot zijn, omdat dit het individu de mogelijkheid geeft VERSCHILLENDE soorten antilichamen te ontwikkelen, niet alleen maar antilichamen van DEZELFDE soort. Dit is geen groot probleem bij laboratoriummuizen, omdat hun omgeving afgeschermd is van (ongewenste) besmettelijke ziekten en omdat het helaas niet echt als een ramp wordt gezien als een laboratoriummuis sterft. Als, aan de andere kant, een geliefde huisgenoot en gezinslid sterft is dat zeker heel erg verdrietig. Hmmm... Misschien toch niet zo'n goed idee?!

Daarbovenop vinden spontane mutaties plaats die op den duur ons prachtige genotype zouden vernietigen. U moet rekenen op één of twee nieuwe mutaties per individu.

Ik denk dat we onze tactiek moeten aanpassen!

Volgende...