Genetica Picture

English Chinese Spain French Italian Dutch Norwegian Swedish Portuguese Taiwanese

De chromosomen

Chromosomen zijn er in paren, zodat als er bijvoorbeeld een gen voor oogkleur is op het ene chromosoom in een paar, er ook een gen is voor oogkleur op dezelfde locus, dezelfde "plaats" op het andere chromosoom. Het is niet noodzakelijk dezelfde aanleg voor een bepaalde oogkleur op allebei de chromosomen, maar dat is wel mogelijk. Genen met vergelijkbare functies worden homoloog genoemd.

Wanneer een cel zichzelf splitst, vindt er een verdubbeling van het aantal chromosomen plaats, omdat elke chromosoom zichzelf ook weer halveert, in een groep van twee. Het paar wordt bijeengehouden op een bepaalde plek, die centromeer wordt genoemd. Omdat elke cel in beginsel twee kopieën heeft van elk chromosoom, betekent dit dat elke cel, net voor de deling, 4 kopieën heeft van elk chromosoom. De twee oorspronkelijke chromosomen van het paar zijn vergelijkbaar met elkaar, maar de twee kopieën van elk chromosoom, die op het centromeer bij elkaar worden gehouden, zijn identiek! Na deze verdubbeling, groeperen de centromeren zich in de kern van de cel, waar zij zich splitsen: de twee chromosomen van het identieke paar, nu eindelijk los van elkaar, verplaatsen zich naar tegenover elkaar liggende delen van de cel. Omdat alle chromosomen dit doen, zij zijn verdeeld in twee identieke groepen, verplaatst elke groep zich naar het tegenoverliggende deel van de cel om de nucleus van de dochtercel te vormen. De celwand wordt gevormd tussen de twee dochtercellen en het proces kan weer helemaal opnieuw beginnen. Deze wijze van celdeling wordt mitose genoemd. Op die manier wordt de moedercel tijdens mitose opgedeeld in twee identieke dochtercellen, die elk hetzelfde stel chromosomen hebben als de moedercel.


Mitose:

Mitosis

Er is ook een ander type celdeling: reductiedeling of meiose. Tijdens meiose worden de aantallen chromosomen verminderd, zodat de dochtercellen maar de helft van het aantal chromosomen van de moedercellen bevatten, één chromosoom van elk paar. Deze cellen met een enkel stel chromosomen worden haploïde genoemd (Grieks: haploos = enkel). Cellen, die dubbele stellen chromosomen hebben, d.i. chromosomen in paren, worden diploïde genoemd (Grieks: diploos = dubbel). In hogere organismen zijn alleen gameten, voortplantingscellen zoals eicellen en sperma, haploïde. Als de gameten niet haploïde waren, zou het aantal chromosomen zich bij elke generatie verdubbelen.


Meiose:

Meiosis

In verschillende organismen, inclusief zoogdieren, zijn er twee mannelijke chromosomen die geen homoloog paar vormen. Ze worden de x- en y-chromosomen genoemd. Tijdens meiose worden er twee typen sperma aangemaakt, een met een x-chromosoom en een met y-chromosoom. De vrouwelijke cellen hebben twee x-chromosomen en in elke eicel bevindt zich één van deze. Wanneer een eicel en sperma tijdens de bevruchting samensmelten, worden de chromosomen met elkaar vermengd en wordt de diploïde staat hersteld. Een chromosoom van elk paar chromosomen is daarom van de moeder en de andere van de vader. Het bevruchte eitje begint door middel van mitose te groeien. Het geslacht van het nieuwe organisme hangt af van of het eitje is bevrucht door sperma met een x-chromosoom, waardoor het vrouwelijk is, of een y-chromosoom, waardoor het mannelijk is. Onder sommige soorten, vogels bijvoorbeeld, is het precies andersom en heeft de eicel twee verschillende geslachtsbepalende chromosomen.

Volgende...