De Siberische Kat:
Hoe Lang Duurt Zijn Isolement Nog?
Picture

English Bulgarian Czech Dutch French Italian

[Vertaald door Geert Coppieters, Nevartis cattery.]

Door Alex Kolesnikov, PhD in moleculaire genetica, Sibaris cattery, Rusland.
(Herdrukt met toestemming)

Deel II.

De officiële geboorte van het Siberische ras dateert van meer dan 18 jaar geleden. Hoewel het ras nog steeds als vrij "jong" beschouwd kan worden, is de tijdsspanne van bijna twee decaden voldoende groot om, erop terug kijkende, enkele sleutelfactoren te analyseren in de ontwikkeling van SIB (nota: SIB = officiële drie letter code voor het Siberische ras) en om belangrijke trends te ontleden, tegelijk voordelig en ongewild, welke de evolutie van het ras beïnvloeden en tegenwoordig enkele erg ingewikkelde problemen veroorzaken.

Dat het soms bijna eerder natuurlijke evolutie betrof dan weloverwogen selectie, kan men aantonen door een aantal nogal sterk verschillende SIB types die her en der bestaan. Toen er selectie plaatsvond, was dat vaak enkel gericht op nevenkenmerken, bijvoorbeeld om de kleur in plaats van te fokken om een consistent type. Een van de meest problematische onderwerpen is daarom het wezenlijke verschil tussen de Siberische standaarden bij grote wereld kattenverenigingen. Siberen werden in deze verschillende verenigingen op een ander tijdstip en in een ander stadium van de ontwikkeling van het ras erkend. Nu is het geen verrassing dat elk kattensysteem, iedere kattenclub, of zelfs elke katterij een eigen "kijk" heeft op de SIB'en.

In het begin van de "rationele" SIB fok, eind jaren tachtig en begin jaren negentig, was er enige vorm van consensusverklaring van het SIB type bereikt door de Sovjets en later door de Russen, aangaande het SIB type. Die consensusverklaring kon nauwelijks een standaard genoemd worden, al was het maar omdat er toen slechts een handvol (indien zelfs het geval) professionele felinologisten en fokkers bestonden in de USSR en Rusland. Als gevolg, werd die consensusverklaring enorm beïnvloed door de meningen van buitenlandse professionelen die met katten bezig waren, niet zozeer omdat die mensen de grondleggers wilden zijn van het SIB ras, diens standaard of wat dan ook, maar enkel door hun autoriteit op grond van hun langdurige ervaring in de felinologie. Ook vergde de houding tegenover de SIB'en (die nog altijd bestond en wijdverspreid was) als "toch maar straatkatten" zijnde, zijn tol. Van bij aanvang werd het SIB ras, in tegenstelling tot bijvoorbeeld NFO's, ontwikkeld door nogal naïeve amateurs die (zeg maar) middelmatige kennis over felinologie hadden opgedaan en nog minder ervaring in genetica en het opzetten van fokprogramma's. Dit zeg ik niet met de bedoeling te stellen dat iedereen die Siberen begon te fokken volledig onwetend was, maar om aan te stippen dat het aandeel van professionele fokkers en felinologen onaanvaardbaar klein was en ze vaak los van elkaar te werk gingen. Dit heeft bijvoorbeeld geleid tot zulke grote kloof tussen Siberen uit Moskou en die uit Sint-Petersburg.

Wat de fokkers in wezen in dat stadium geholpen had, nog vóór de Siberen relatief wijd verspreid raakten en uniform werden als het ras, was het feit dat eeuwenlange natuurlijke selectie in Rusland, in het bijzonder in geografisch afgelegen regionen in Siberië en het Verre Oosten, resulteerde in een kat met een aantal gemeenschappelijk en genetisch eerder stabiele kenmerken. Tot op de dag van vandaag kunnen zulke katten makkelijk gespot worden in landelijke gebieden, slechts enkele tientallen kilometers van Moskou verwijderd, en dan hebben we het niet eens over Siberië of het gebied ten noorden van het Europese gedeelte van Rusland.


Rural kitten

1. Landelijk kitten nabij het stadje Dmitrov,
60 kilometer ten noorden van Moskou.

De verdienste van vroege SIB fokkers en de schrijvers van de standaard, cruciaal voor de verdere ontwikkeling van het ras, was dat ze erin slaagden om op z'n minst enkele van die stabiele kenmerken te vatten en deze als de karakteristieken van het ras te beschouwen. Het was daarom op kennis gebaseerd toeval van natuurlijke genetische achtergrond en enkele belangrijke "op schrift gestelde" karakteristieken, wat geholpen heeft om de SIB'en in de status van herkenbaar ras te behouden in plaats van een verspreid geraakte populatie van straatkatten. Keer op keer hoor ik uitlatingen als zouden Siberische katten niets gemeen hebben met Siberië, dat ze enkel maar straatkatten zijn uit Moskou en Sint-Petersburg en dat ze hoop en al een kunstmatig ras zijn, zoals laat ons stellen, een Pers of een Britse Korthaar kat. Het is een verkeerde en gevaarlijke bewering, waarvan de bedoeling mij niet duidelijk is. De beste SIB'en die ik ken, waaronder de beroemde Abakan lijn, Treskuchii Sibirskii Moroz Mur (Irdie), een aantal bijzondere katten uit Krasnoyarsk, Siberië, en nog een aantal andere, waren in feite het nageslacht van uitkruisingen tussen katten uit het Europese deel van Rusland met andere uit Siberië of het Verre Oosten. Wat Sint-Petersburg betreft, waar de kattenpopulatie kunstmatig terug op peil werd gebracht na WO II en 900 dagen van belegering, vonden zulke uitkruisingen op natuurlijke wijze plaats, toen katten die uit Siberië gebracht waren, de uit andere delen van Rusland geherintroduceerde ontmoetten. Dat de bewuste uitkruising van een paar katten van een gelijkaardig type met een voor het grootste deel gekende geschiedenis, verschilt van direct en eigenmachtige vermenging van grote aantallen totaal niet gerelateerde katten wier geschiedenis onbekend was, is dan weer het onderwerp van een afzonderlijk betoog, dat hier niet het onderwerp vormt.

Natuurlijk bestaat er geen zuivere "bos" kat in de Siberische Taiga, of elders in Noordelijk Rusland, eenvoudigweg omdat de 1 meter of zelfs diepere sneeuwlaag, en de daarmee gepaard gaande diepe vorst, geen van beide een ideaal jachtgebied vormen voor kleinere carnivoren. Aan de andere kant, wijzen de typeovereenkomsten in de hierboven vermelde succesvolle uitkruisingen tussen geografisch afgescheiden dieren erop, dat Siberen niet louter maar straatkatten zijn van een ongedefinieerd type, maar afstammelingen van een eerder duidelijk omschreven archetype dat zich gedurende eeuwen onder sterke druk van selectie, in barre klimaatomstandigheden ontwikkeld heeft. Menselijke tussenkomst heeft deze katten enkel geholpen om te overleven, en onder geen beding hebben zij Siberen noch hun voorouders behandeld als vertroetelde schepsels die uitsluitend door hun eigenaren gevoed werden en die hun huizen niet mochten verlaten. In tegendeel, enkel katten die in staat waren om onder alle weersomstandigheden de gewassen en andere goederen te beschermen tegen knaagdieren, vogels en andere kleine dieven, kregen het voordeel toegewezen van deze selectie. Hoe Siberen evolueerden en aan welk type selectiedruk zij onderworpen waren, is de moeite waard om te onthouden, niet alleen maar voor alle voorstanders van het "straatkatten" concept, maar ook voor alle SIB fokkers. Inderdaad, indien het archetype heeft bestaan, is het raadzaam dit bij de fok op te volgen, eerder dan een soort tweewieler te heruitvinden. Ja, het inheems ras is waarschijnlijk de straatkat, maar het blijft nog altijd de kat die geselecteerd werd onder bepaalde drukkende voorwaarden.


Siberian cats

2A. Siberische archetype.

Wat is er nog dat in het voordeel spreekt van het bestaan van een Siberisch archetype? Kijk maar eens naar bovenstaand paar foto's (Afbeelding 2A):

De katten die hier vertoond worden, zijn nauwelijks aan elkaar verwant (misschien één keer in de 8ste of de 9de generatie). Eén kat werd in Krasnoyarsk gefokt, de ander in Finland. Zijn zij verschillend van elkaar? Of kunnen zij bijna voor tweelingen doorgaan?


Sterk gelijkende katten werden als voorbeeld gebruikt, toen de FIFé standaard voor de Siberische kat aanvankelijk werd opgenomen (Figuur 2B). Verrassend genoeg misschien, maar er mag aangenomen worden dat een aantal personen, onder wie ook keurmeesters van verschillende systemen, deze katten die het Siberische archetype voorstellen, ofwel vergeten waren, ofwel nooit gezien hadden.


Siberian cats

2B. Helios Onix Gloria en Tsarevna Cecilia Seliger, katten die als voorbeeld
dienden op de SIB erkenningshow van de FIFé in 1997.

Het archetype hangt nauw samen met de omschrijving van het type dat op zijn beurt heel dicht staat bij de rasstandaard. Inderdaad, als men de standaard voor het inheemse ras beschouwt, loont het de moeite om net die belangrijke trekken te beschrijven die de populatie van ingeboren katten belichten die aan het ras vooraf ging, in plaats van kunstmatig bepaalde nieuwe kenmerken toe te delen welke niet (of nauwelijks) voorkomen in de originele stam. Dit is logisch, zowel vanuit het standpunt van de genetici als door rekening te houden met de instandhouding van unieke trekken van een oerras dat eeuwenlang geëvolueerd is. Wat is anders de bedoeling van het standaardiseren van inheemse katten van her en der? Bovendien, als er geen zulke kenmerken zijn, en men die niet als anker kan gebruiken om een raskenmerk te beschrijven, kan er ook geen ras ontwikkeld worden. Dergelijke stellingen zijn eenvoudig, maar toch worden zij vaak over het hoofd gezien. Hoe ziet de toekomst van de SIB ontwikkeling eruit, hoe kan het vorderen tot een extreem worden, is een breed en apart onderwerp dat elders in een andere dissertatie zal besproken worden. Wat de kleuring betreft en waarom type de bovenhand moet hebben op kleur, in het inheemse ras, is ook een apart betoog. Hier kan enkel aangetoond worden dat, daar waar het concept van typeoverheersing met enorm succes benut werd bij SIB'en zusterrassen, NFC (Noorse Boskat) en MCO (Maine Coon), dit vaak verwaarloosd werd bij SIB'en zelf. Als gevolg, heeft de wedren naar kleuren bij de SIB'en geleid tot het onregelmatig verspreiden van Neva Masquerades en katten met andere kunstmatige "regenboog" kleuren. Of dit al dan niet de integriteit van het ras heeft helpen behouden, is duidelijk in Figuur 3.


Siberian cats

3. Wedren over de regenboog.

Deze "stormloop over de regenboog", die ik anders "het jaren '90 probleem" noem, is verantwoordelijk voor het verlies van vele belangrijke bruine tabby (noot: gestreepte) lijnen uit begin jaren negentig (sommige blijven misschien nog in de VS over) en voor de stiefmoederlijke behandeling van het onderhouden van het SIB archetype. Op die manier verkregen vele fokkers, keurmeesters en ook gewoonweg toekomstige eigenaars van SIB'en, vooral buiten Rusland, controversiële en soms vlakaf misleidende informatie over hoe de echte Sibeer eruit ziet.


Dus, wat is het SIB archetype en welke kenmerken ervan zijn nodig om onderstreept te worden in de standaard?


Siberian cat

4. Een Sibeer uit Krasnoyarsk, inheemse Siberen-lijnen
werden uitgekruist met vroege Moskovitische lijnen.

Hoewel het voornaamste kenmerk van een SIB zijn kop is (zie afbeelding 4) en de kop het type en de proporties van een SIB als geheel bepaalt en de SIB onderscheidt van zusterrassen, is de vachtschikking het onderwerp dat ik vóór alle andere trekken zou willen plaatsen, gezien de huidige toestand. Onder sommige felinologen circuleert het idee dat de vacht van SIB'en lang en pluizig is, en hoe pluiziger de kat is, hoe "Siberischer". Door dit idee te opperen, schenkt men zeer weinig aandacht aan de structuur van de vacht en aan de bijzonderheden in de textuur van de verschillende vachtonderdelen. De "pluis" theorie valt hoe dan ook makkelijk te ontkrachten. Als inheemse kat was de Sibeer geëvolueerd om beschermd te zijn voor weersomstandigheden en van andere problemen die samenhangen met de omgeving die deze katten jarenlang bewoonden. Hiertoe dient de vacht waterafstotend te zijn, dient het een waardige beschermlaag te vormen die het dier tegen wind, koude en regen beschermt en evenzeer het makkelijk klitten van de vacht tegen te gaan, terwijl de kat op jaagpad gaat. En tweemaal per jaar de vacht ruit bijna volledig. De kat met de wolkachtige en nooit ruiende vacht is alleszins geen lid van de SIB'en trots.


coat types

5. Correcte (A) en incorrecte (B) vacht.
(Opmerking van PawPeds: afbeelding 5B toont een
Noorse Boskat.)

Welk type vacht is er perfect? Eerst en vooral moet de hiërarchie van de vacht uitstekend en onmiskenbaar uitgedrukt zijn. Ruwe en glimmende dekvacht siert de staart, de rug en de schouders. Dit moet ondersteund zijn door dikke en ruwe gebruikelijke vacht dat een compact windscherm en warmte-isolerende laag vormt over het gehele lichaam. En de aflijning van de ondervacht dient ook dik en compact te zijn om kleverige klissen te verhinderen. Tenslotte is te lange, te dunne of slecht gevormde vacht (veelal het resultaat van een buitenproportioneel lange ondervacht) in disharmonie met het sterke en gedrongen lijf van een Sibeer. Afsluitend, zou men waarschijnlijk liever een sterke en uitstekend uitgebalanceerde wilde kat zien dan een soepkip. Daarom dient decoratieve vacht zoals de kraag en de broek uitgesproken te zijn, doch compact en nauwkeurig van vorm in plaats van verspreid en Perzisch van type (Afbeelding 5 A en B). Ik heb er mijn twijfels over of lang donzig haar als decoratieve vacht te rijmen valt met glanzende en dichte dekbeharing die de bovenkant van het lijf bedekt. In dezelfde lijn dient het volume van decoratieve vacht gevormd te zijn door een dichte en relatief ruwe, normale beharing, eerder dan door een zachte en excessief lange die op een ondervacht lijkt. Tegenwoordig is men over het algemeen afgestapt van het idee aangaande de drievoudige ondervacht bij Siberen, dat kan men tenminste afleiden uit de discussie die plaatsvond tijdens de laatste IFSJ workshop. De ondervacht dient zich te onderscheiden door korter dan de gewone vacht te zijn, anders ziet de vacht eruit als donzig katoenwol in plaats van de uniforme vacht van een dier in het wild. Dit is in het bijzonder nadelig voor de vorm van de staart die er dan eerder uitziet als de waaier van een sultan in plaats van een brede en compacte cilinder. Vervolgens maskeert een zijige en lange vacht doorgaans de kwaliteit van de beenderstructuur van de kat, waardoor een fijne kat van middelmatige grootte de indruk geeft van groot en zwaar van beenderstructuur te zijn.


head types

6. SIB, NFC, en MCO.
© Kristin Knudsen en Anne Solveig Berge, Norwegen.

De vorm van de kop is weer een ander complex en uiterst belangrijk onderwerp. Eerst en vooral belangrijkst, is dat de vorm van de kop het hoofdkenmerk is dat een Sibeer tot ras verheft en niet slechts een kloon van NFC en MCO, zoals bij aanvang van de fok met SIB vaak geopperd werd. Ik zou de fokkers van NFC en MCO tegen de haren in kunnen strijken, maar naar mijn mening gingen op Siberen lijkende katten aan enig ander halflangharig ras vooraf, niet enkel MCO's en NFC's maar TUA's en TUV's ook inbegrepen. Op wilde katten gelijkende halflangharigen, stamden naar alle waarschijnlijkheid af uit Midden Azië en Transkaukasië, om zich vandaar naar verschillende locaties in Europa, Siberië, Rusland, Azië en andere plaatsen te verspreiden. Ten tweede dient het type van de kop sterk samen te gaan met het lichaamstype, wat stevig is, met zware beenderstructuur en, in tegenstelling tot de halflangharige zusterrassen, relatief gedrongen is. Ten derde, dient het type van de kop aan de archetypische Siberische kat en zijn meest waarschijnlijke voorouder, Felis Silvestris Caucasica te beantwoorden. Waar het verschil van de koppen van SIB'en met die van NFC's en MCO's ligt, is duidelijk te zien op figuur 6. De kop van een SIB beschikt niet over zulke extremiteiten als overdreven snorhaarkussens en muil van de MCO, noch over het rechte profiel en de algemene driehoeksvorm van de NFC. Maar dit zijn zeer gekende kenmerken die vaak minder voor de hand liggende, maar daarom niet minder belangrijke karakteristieken verdoezelen.


head types

7 A: Correct uitgelijnde snorhaarkussens vormen
het beroemde trapezium.
B: Quasi-Perzische pseudo-Sibeer met "neerhangende" overdreven
snorhaarkussens.

Ik hoor vaak de vraag: wat is die zogenaamde trapezium vorm van de SIB kop? Inderdaad, recht frontaal bekeken, heeft de kop van een Sibeer de vorm van een breed gevormde wig, zoals correct vermeld wordt in verschillende standaarden. Of de kop trapeziumvormig zal blijken vanuit deze gezichtshoek, zal een zeer brede onderkaak vereisen, wat vanzelfsprekend onmogelijk is. De puzzel is echter makkelijk opgelost, als een SIB type van voor en bovenaanzicht bekeken wordt. In dat geval zijn de snorhaar kussens, neusbrug en jukbeenderen van relatief vloeiende maar uitgesproken lijn die aanzien kunnen worden als kortere basis en zijlijnen van een trapezium. De langere trapeziumbasis is dan de virtuele lijn die men over de neusbrug door beide oogpupillen zou kunnen trekken. Het is belangrijk dat de kortere basis van dit trapezium breed genoeg is en in geen geval mag die tot een driehoek verworden. (Afbeelding 7 A) Dit heeft tot gevolg, dat de vorm van de snorhaar kussentjes bij Siberen op z'n minst even belangrijk is als bij Maine Coons. Deze moeten zeer goed gevuld zijn, maar mogen niet afhangen noch op een uitgesproken manier over de vloeiende jukbeenlijn uitsteken. Vanaf daar, dient de overgang tussen de snorhaarkussens en de jukbeenderen perfect over te vloeien, zonder enig spoor van onderbreking, en de breedte van de jukbeenderen moet substantieel zijn, anders zouden de snorhaarkussens uitsteken en disproportioneel ten opzichte van de smalle en hooggezette jukbeenderen. Tegelijkertijd hebben de Siberen, in tegenstelling tot de Perzen, en hoewel korter dan de MCO, een aanzienlijk vooruitstekende muil. Een te korte muil die aandoet als die van een buldog, met overdreven of "afhangende" snorhaarkussens, zouden een teken kunnen zijn van Perzische invloed. (Afbeelding 7 B).

Naast de onderkant van de jukbeenderen en de snorhaar kussens, is de muil gevormd door de boven- en onderkaak. Daar waar het gemakkelijk is om zich de bovenkaak voor te stallen, bestaat er heel wat controversie over de vorm van de kin en de algemene vorm van de onderkaak. Verklaringen in verband met een weke en terugwijkende kin, is de grootste horde. In feite beschouwen sommige felinologen dat een "schuins achteruit vallende kin" automatisch een "weke kin" betekent. Dit resulteert in het promoten van Siberische katten met extreme kikkerkaken. Er wordt niet verklaard hoe een dunne en fysisch gezien in feite ook weke kaak, zich verhoudt tot het gedrag van een Siberische kat als de toegewijde jager op knaagdieren.

Idealiter dient een lichtjes teruggetrokken, hellende of, beter gezegd, afgeronde kin in stand te worden gehouden bij Siberen. Dit draagt bij tot de algemene zachte contouren van de Siberische kop en feitelijk stemt het ook goed overeen met het archetype. Tezelfdertijd dient de kaak van een jagerkat dik te zijn, goed geproportioneerd met een massieve kop en het vermogen van de kat te onderstrepen om de prooi op een efficiënte wijze te vangen en onmiddellijk te doden. Dat stamboom Siberen hun jachtvermogen verliezen, is op z'n zachtst uitgedrukt, een algemene misvatting. De dunne, diep aflopende kikkerkaak is totaal onaanvaardbaar bij een wilde kat. Een dikke, sterke kaak met afgeronde kin ondersteunt de correcte algemene rasvoorstelling en onderscheidt de SIB'en duidelijk van de zusterrassen.


eye shapes

8. Incorrecte (A) en correcte (B) vormen
van de bovenste binnenhoek van het oog.

De oogvorm van de Siberen is één van de meest controversiële onderwerpen. Verschillende standaarden beschrijven bijna eender welke oogvorm van Siberen, van "bijna rond" tot "ovaal". De mate van de cirkelvormigheid is niet gedefinieerd. Dit zet de deur open naar verschillende vreemde interpretaties van hoe de vorm van het oog van SIB'en er uitziet. Eén punt dat nogal sterk naar voren komt, is dat de ogen van SIB'en noch rond, noch amandelvormig dient te zijn. In feite, als men het oog van de Sibeer van dichterbij bekijkt, in het bijzonder bij katten die relatief stabiele lijnen vormen, is het evident dat de oogvorm complexer is en beschouwd kan worden als de aangepaste versie van de "lichtelijk schuine monnikskap" familie van de oogvormen. In ieder geval is de bovenste boog van de oogkas korter, waar de onderste langer is met een uitgesproken puntige vorm van de buitenste rand van het oog. Wat een belangrijk bezwaar kan zijn, waar weinig aandacht aan wordt besteed, is een rechte lijn van de binnenste ooglijn dat de harmonische oogvorm vervormt. (Afbeelding 8).


head shapes

9. Proporties van het profiel bij de drie rassen van boskatten.
(Tekening bij gunste van Mevr. Knudsen en Mevr. A.S. Berge, Noorwegen).

Om meer in detail te treden aangaande de oorspronkelijke proporties van de kop van een Sibeer, moeten enkele biometrische parameters vermeld worden. Biometrische analyse van een aantal type katten heeft aangetoond dat bij SIB'en de lengte van de neus (D1) en de afstand tussen de top van de kop en de lijn van de wenkbrauw (frontale been, D2), bijna identiek is aan de afstand tussen de top van de neusbrug en de onderkant van de kin (D3). Dit zal helpen bij het onderscheiden van SIB'en van een correct type, met diegene die er als een MCO uitzien (te ver vooruitgestoken snorhaar kussens en te sterke kin) en NFC'en (te recht profiel en aanleg tot een wekere kin). In het eerste geval, D3>D2 en in het laatste geval, D3<D2. Als de kat over enkele Perzisch aandoende kenmerken beschikt, D1<D2 en D1<D3.

Belangrijk is dat, indien het voorhoofd niet plat is, zoals dit bij Siberen dient te zijn, de algemene proporties tussen D1-3 vaak misvormd zijn. Ook is het zo dat de afstand tussen de oren zeer belangrijk is. In de bestaande standaarden wordt de afstand tussen de oren te vrijelijk geïnterpreteerd. Hoewel het gewoonlijk welomschreven is dat oren niet te hoog gezet mogen staan, noch te dicht bij elkaar, is de maximum afstand gewoonlijk niet gedefinieerd. Als gevolg, worden katten met oren die te ver uiteen staan, niet bestraft, meer nog, zij worden door sommigen zelfs verkozen, in het bijzonder door FIFé juryleden, hoewel de meeste van die katten een Perzisch aandoend ontwerp hebben met te kleine oren die zeer laag gezet staan en bijna in de vacht begraven zitten. Een aantal biometers had van pas kunnen komen en de afstand tussen de oren dient tussen 1 en 1.5 wijdte van de basis van het oor voorgeschreven te zijn. Om een juiste inschatting te maken, moet de breedte van de oorbasis aanzien worden als een anatomisch onderwerp, in plaats van de wijdte van het deel van het oor op de plaats waar het boven de vacht uit steekt.


body shape

10. Zichtbare lichaamsproporties van een Sibeer.

De zichtbare hoogte van het oor zou slechts een tikkeltje langer zijn dan de breedte van de oorbasis. Als al deze parameters, de afstand tussen de oren, de oorbreedte en de lengte van het oor samengevoegd worden, wordt het overduidelijk dat eender welk ander type van oor bijna onmogelijk is zonder zware vervorming te veroorzaken in de beschreven verbanden. Het is nu eenmaal zo, dat de anatomische basis van het oor (en niet het gedeelte van het oor dat boven de vacht zichtbaar is), zo breed is dat, wanneer men een afstand tussen de oren in beschouwing neemt, die opmerkelijk wijder is dan de breedte van één oor, de oren daartoe tegeneen en bijna onder de kin van de kat zouden komen te staan. Opnieuw, de samenhangcoëfficiënt zou ideaal kunnen zijn voor een accurate beschrijving van de SIB standaard, maar omdat hun officiële applicatie nog altijd buiten de grenzen van de moderne felinologie liggen, is het niet bekend of deze coëfficiënten ooit in de SIB standaard opgenomen zullen worden. De enige toevoeging die hier nodig is, is dat het lijf van een Sibeer (zoals met de vacht te merken is) heel goed in de "gouden sectie" past, dat wil zeggen dat de ratio van de torsohoogte ten opzichte van diens breedte, grofweg 1:1.6 is. (Afbeelding 10).

Wat ik ook graag wens aan te halen, is het bereik en de samenhang van de punten die in het spel zijn als men een Sibeer keurt. Het eerste en belangrijkste bij een SIB is de kop, gevolgd door een gespierd lichaam met een goede bottenstructuur. Helaas worden vette dieren met een slecht beendergestel soms als beter beschouwd, in vergelijking met normale dieren met een goede beenderstructuur die merkbaar lichter zijn dan degene met overgewicht. Ondertussen is dit vaak het geval bij de keuring van een Sibeer, die zogezegd "zwaar" zou moeten zijn. Het tweede noodzakelijke woord in de zin, met name "zware beenderen", wordt maar al te dikwijls vergeten. Een Sibeer met groene ogen maar slechts middelmatig ontwikkelde kop en beenderstructuur, wordt vaak als superieur gekeurd ten overstaan van de Sibeer van een uitmuntend type en botstructuur maar met gele of geelgroene ogen. Dit is gewoonweg ontoelaatbaar. Er zijn een aantal zulke foutieve voorstellingen veroorzaakt door heel twijfelachtige verwoording in sommige SIB standaarden.

Bijkomend werk is vereist om correcte en ondubbelzinnige bewoordingen te verwerven voor de beschrijving van de oogvorm en voor de determinatie van de juiste strafpunten bij de Siberische standaard. Nog maar eens een ander "oog twistpunt" is de diepte van de plaatsing van het oog. Soms is er kritiek over "te diep gezette ogen". Hoewel dit in sommige gevallen juist kan zijn onder sommige omstandigheden, kan een ras wat op een inheems geboren ras lijkt, geen uitpuilende ogen hebben die, nog maar eens, een goede aanwijzing is van een Perzisch type. Het verfoeilijke hier is dat de "lieve gezichtsuitdrukking" in sommige Amerikaanse SIB standaarden of rasbeschrijvingen geslopen is, om onbekende redenen. Dit beschrijft dan geen inlands geboren Sibeer, maar een poppige kat met ronde ogen, ronde kop, alles rond. Waarom noemt men zo'n kat als huisdier niet gewoon een klassieke Pers?

Hier hebben we enkele van de cruciale punten benaderd in de visie over wat een Siberisch ras is. Naar mijn mening en afgaande op de observatie van een goed aantal SIB'en in Rusland en het buitenland, worden "afgeronde" en "pluizige" Siberen soms behandeld als "vervangmiddel" voor klassieke Perzen. Dit leidt tot voortdurende pogingen om het Siberische type tot de "Perzische" stijl te bekeren. Helaas zijn de gevolgen van zulke nostalgie verschrikkelijk voor de Siberen. Laatstgenoemden, die een bijzonder vriendelijke en vaak bijna hondsgelijke persoonlijkheid hebben, zijn geen schootjesdieren, maar toegewijde jagers, ongelooflijk slim, krachtige en snelle katten met het temperament van een volbloed. Diegene die Pers-achtige trekken zoeken in Siberen, zouden beter hun aandacht naar andere rassen richten. Diegenen die een kat zoeken om zijn behendige competitie zouden in de Sibeer waarschijnlijk de beste en slimste uitvoerder van beweeglijkheid vinden tussen alle kattenrassen.

Dit artikel is geen beschrijving van de SIB standaard, hoewel het er op lijkt. Een aantal onderwerpen die belangrijk zijn voor de standaard, bleven onaangeroerd, enkele andere werden daarentegen beschreven met een graad van gedetailleerdheid die niet nodig zijn voor de standaard. Geen enkele standaard van, in het bijzonder, het Europese en Amerikaanse systeem, is er uit gepikt om rechtstreeks vergeleken te worden. Het is wel zo dat ik probeerde om hier het overzicht voor te stellen van de discussie die plaatsvond in juli 2005, toen de internationale gemeenschap van keurmeesters in felinologie (IFSJ) een workshop hield die gewijd was aan de herziening en de bijschaving van de Russische Siberen standaard. Deze workshops trekken tegenwoordig flink wat keurmeesters en fokkers aan en, belangrijk, zij zijn de rechtstreekse opvolgers van de consensusverklaring over Russische inheemse rassen, die bijna 2 decades geleden door een paar enthousiastelingen klaargestoomd werd. Enkele van die enthousiastelingen zijn nog steeds actieve leden van de IFSJ workshops (!). Ik hoop dan andere systemen in de toekomst meer aandacht zullen schenken aan de IFSJ standaard en hiervan afgeleide, omdat het nog altijd grotendeels ontwikkeld werd door dezelfde mensen die net het huidige, alom gekende archetype opmerkten en het Siberische ras in Rusland gesticht hebben.

© A.V. Kolesnikov, PhD, Moskou, Rusland Januari 2004-Mei 2008.