logo

JoStad Cattery

[Vertaald door Sabine van de Ven, fierce-creatures.]

Di Everett interviewt een grote Maine Coon foundation Fokker
uit de jaren zestig, Dr Rod Ljostad


Dr Rod Ljostad

Dr Rod Ljostad

Spreken met Dr Rod Ljostad (de "L" spreek je niet uit) doet de geschiedenis van de Maine Coon echt tot leven komen, met zijn uitgebreide algemene kennis die zich uit in uitspraken als "Natuurlijk werden er vaak verschillende kleuren aangetroffen op de verschillende eilanden bij de kust van Maine- wit op de ene, rood op de andere enzovoorts". Jostad is zelden te vinden op onze geschreven stambomen, maar wie heeft er niet gehoord van deze katten en hoeveel van ons hebben de Jostad catterynaam niet achter onze lijnen, als we de moeite namen ze te onderzoeken tot het begin? Rod en wijlen zijn vrouw Betty waren stuwende krachten in augustus 1968 om de Maine Coon Breeders and Fanciers' Association op poten te zetten. Met Dr. E.E. (Gene) Eminhizer als voorzitter, Rod als vice-voorzitter en Betty als secretaresse. Samen met de andere eerste leden van de organisatie, hebben zij hard gewerkt om de MCBFA standaard erkend te krijgen als de standaard bij alle stamboekverenigingen van die tijd, inclusief een groot aantal waar we tegenwoordig weinig meer van horen.

Rod vertelt dat hij en Betty in het begin kozen om katten te hebben, niet specifiek Maine Coons. Ze waren jaren daarvoor, voordat ze ook maar gehoord hadden van het ras, al begonnen met een kitten dat ze op een dag kochten in de Bronx (hij weet nog steeds het exacte adres!) op weg naar hun vakantiehuisje in de bossen van New Jersey. Ze woonden daar allemaal gelukkig bij elkaar totdat de kat stierf van ouderdom. Toen bedachten ze dat het wel leuk zou zijn zelf een kat te fokken en begonnen met een Siamees (hier zegt Rod met zijn typische kalme, droge humor, dat het natuurlijk niet ophield bij een kitten voor henzelf- dat ze al snel al hun vrienden gebruikten als huisjes voor hun kittens: maar ze waren verslaafd!) Op een dag kwam een kennis kijken naar hun Siamezen en vertelde Rod en Betty alles over showen, dus daar begonnen ze mee, hun eerste show was in Westchester County New York. Af en toe haalden hun Siamesen de finales en ze begonnen van de 'kattenwereld' te genieten.


Op zoek naar nesten


Whittemore's Hester

Whittemore's Hester

Na verloop van tijd zag Rod een door Richard Gebhart (later voorzitter van de CFA) geschreven artikel in National Geographic Magazine en er stond één plaatje bij van de Maine Coon. Ze vonden het uiterlijk van de kat leuk en gingen op zoek, maar hadden de eerste geen geluk. Ze kampeerden elke zomer bij Acadia National Park, op Mount Desert Island in Maine, en op weg daar naartoe vroegen ze bij elke benzinepomp of iemand iemand kende die Maine Coon kittens had; maar nog steeds geen geluk. Uiteindelijk vonden ze een advertentie in Cats Magazine van Mevrouw Ethelyn Whittemore's cattery in Augusta en reisden erheen om de katten te zien, om daar af te spreken na zes weken terug te komen voor hun gekozen kitten; dat is hoe Jennifer bij het Ljostad huishouden terechtkwam. Rod zegt nu dat Jennifer, een tortie, een te brede kop had en niet de beste Coon aller tijden was, maar ze had een fijn karakter en deed het best goed op shows, waar het stel nieuwe vrienden maakte en diep betrokken raakte bij het ras. (Hij merkt op dat één van de dingen die hij ontdekte en liefhad bij de Maine Coon de manier was waarop 'je een Coon kan vertellen "niet doen" en dat ze je dan recht in de ogen kijken en zeggen "loop naar de hel".' Destijds was er weinig vijandigheid tijdens de shows, aangezien de Coons toentertijd zelden in de finales kwamen, waar naar Rod's zeggen de Perzenfokkers blij mee waren.

Dit was de tijd dat de MCBFA opkwam, aangezien de ACFA en de ACA ieder hun eigen korte standaarden hadden, en het werd tijd om de regels voor het uiterlijk en het type van de kat strakker weg te zetten en glad te strijken. Rod beschrijft vele ontmoetingen tussen de oprichters onder de oude eikenboom in zijn tuin, waar zij discussieerden en ruzie maakten over de standaarden en welke methoden gebruikt moesten worden om die te veranderen. Uiteindelijk werd besloten om het een democratische keuze te maken en alle leden werd gevraagd hun mening te geven. Dit was een lang en ingewikkeld proces. Destijds waren de kleuren op shows wat gelijkmatiger verdeeld dan nu, en met de verschillende kleuren kwamen ook de verschillende types, die je nu soms nog ziet. Rod geeft toe dat sommige van de foundationkatten eruit zagen als huiskatten, maar er waren ook veel goede voorbeelden van het Maine Coon ras. Feit bleef dat je erg voorzichtig moest zijn met foundation fokken en een hele goede en allesomvattende Standaard moest vastgesteld worden om mensen aan te moedigen het goede type te fokken.


De oprichting van de MCBFA


Mather with kitten

Mather met kitten

Om te beginnen gebruikte het Comité een 5-punts-schaal voor de snuit, van kort via medium naar lang. Ze wilde het profiel, de lengte van de poten, lichaam en staart, voor- en zijaanzichten etc vastleggen, wat een grote uitdaging was. Om een standaard te maken van wat er werd gebruikt, maakten ze gebruik van dia's van verschillende katten en van projectors om te vergroten en te verkleinen, ze legden het ene plaatje op het andere tot ze hadden wat ze dachten dat de goed mix was. Daarna werden er tekeningen gemaakt van de 'mogelijkheden'en die werden gestuurd naar de leden om te stemmen. Bij iedere stemming konden er drie keuzes worden gemaakt en vaak werd het een gelijkspel. En nadat er nog wat meer aanpassingen werden gedaan, moest er opnieuw gestemd worden. Maar, zegt Rod, ze hielden vol en kwamen uiteindelijk tot een consensus waar iedereen het mee eens was, en Gene Eminhizer kon een enkele standaard presenteren aan alle organisaties. (Het duurde even voordat alle organisaties de standaard overnamen, maar het was een geweldig begin.)


Mather

Mather

MCBFA leden werden op de hoogte gehouden van wat er gebeurde met het Scratch Sheet, bedacht en voor het eerst gepubliceerd in januari 1969 en, alsof dat nog gezegd moet worden, dat floreert nog steeds met dezelfde filosofie als toen ze begonnen-om iets te bieden aan iedereen; fokker, shower en liefhebber. Gedurende de jaren zijn er veel andere clubs geweest die de Maine Coon een warm hart toedroegen- de UMCCA, een CFF organisatie met Helen en George Andre (Illya) en Connie Condit (Heidi Ho) als trouwe supporters; de Central Maine Cat Club, een onafhankelijke club voor alle rassen van lang voor de tijden waarover we hier spreken, wiens opkomst en verval uitgebreid is besproken in de Maine Coon geschiedenis; de International Maine Coon Club, opgericht door een splintergroep van maar drie of vier fokkers; en de Maine Coon Cat Club, nog steeds een grote en florerende club. Maar de MCBFA blijft de grootste van allemaal, begonnen vanuit Ljostad's huis en tuin bijna dertig jaar geleden en nu met een wijdverspreide en nog steeds groeiende internationale ledengroep.


Sire
Linden of War-Tell
15 Feb 1968
ACA 60541-3
CFA 820-0004
CFF 100M3-33890
GrSire
Whittemore's Sam-bo
CFF 100M2-33311
GGrSire
Whittemore's Schiller
CFF 101M-30722-R1
Smokie Joe of Whittemore
Tortilla
GGrDam
Whittemore's Fluffy
CFF 101F-30627-R1
Smokie Joe of Whittemore
Princess Sue
GrDam
Whittemore's Mid-Nite
CFF 100F2-33312
GGrSire
Sammie of Whittemore
CFF 101M-30624-R1
Smokie Joe of Whittemore
Ginger of Whitemore
GGrDam
Whittemore's Tigress
CFF 101F-30628-R1
Smokie Joe of Whittemore
Sno Queen
Dam
Whittemore's Jennifer of JoStad
2 Mar 1968
ACA 60954-2
CFF 101F2-33731
GrSire
Sammie of Whittemore
CFF 101M-30624-R1
GGrSire
Smokie Joe of Whittemore
CFF 101M1-36438-R2
 
 
GGrDam
Ginger of Whitemore
CFF 101F1-36439-R2
 
 
GrDam
Whittemore's Dinah
CFF 101E-30720-R1
GGrSire
Sammie of Whittemore
CFF 101M-30624-R1
Smokie Joe of Whittemore
Ginger of Whitemore
GGrDam
Whittemore's Tigress
CFF 101F-30628-R1
Smokie Joe of Whittemore
Sno Queen


Jennifer

Jennifer

Toen ze het zo druk hadden met het oprichten van de club, hadden Rod en Betty het even druk met het opzetten van hun Ljostad Maine Coon Cattery en ze fokten met twee foundation poezen. Het was toen niet moeilijk om een dekkater te vinden, aangezien iedereen iedereen kende- en alle Maine Coons in hun gebied- en de eerste dekkater die Rod en Betty gebruikten was Rose Levy's (Harobed) Eric the Red en Florence Wartell's Linden of War-Tell (zoals hierboven op de stamboom). Hun eerste eigen dekkater was Whiitemore's Stephani Loki, een solid blue kater die eerst van een mevrouw was die Stephanie heette, die toen ging studeren en een huis nodig had voor de kat. Rod en Betty adopteerden hem en zijn naam is te zien in vele stambomen.

Al hun katten leefden in huis, 6 van henzelf en een tijdje ook nog 10 van Connie Condit. (Voor degenen die het Heidi Ho profiel hebben gelezen in de vorige uitgave, jullie herinneren jullie vast Connie's 'cat transporter'. Rod zegt dat die heel wat tijd op zijn oprit heeft doorgebracht!) Daarna bouwde hij een cattery aan het huis vast die ook via het huis te bereiken was, nu is het een studio/werkplaats (en ik moet zeggen het is een leuke plaats om rond te snuffelen). Hoewel hun betrokkenheid bij het ras zeer groot was, hebben ze hun fokkerij altijd als hobby gezien, maar dan wel eentje die veel voldoening gaf. Betty was heel kieskeurig over wie ze een kitten wilde geven en was er niet op gebrand aan fokkers te verkopen, dus de meeste werden verkocht als huisdier. Rod zegt dat ze erg gelukkig waren met hun leven- ze hielden van hun katten en kittens en de meeste 'kattenmensen' waren erg vriendelijk.


Prachtige langharen


Patience

Patience

Als we hem de vraag stellen die we altijd stellen aan foundation fokkers, zegt Rod dat hij niet meer vindt dat er plaats of noodzaak is voor foundationkatten in het ras. Hij vindt dat de genenpoel nu groot genoeg is om voordelig gebruikt te worden, als men dat op een verstandige manier doet, en dat de katten zich ontwikkeld hebben in de goede richting. Hij vindt echter wel dat de trend van nu naar extreme lengtes ervoor zorgt dat katten te lange poten krijgen en dat ze te mager zijn. Hij benadrukt dat de standaard zegt 'rechthoekig', maar dat dit verkeerd vertaald wordt naar de extreem lange lijven van de katten van tegenwoordig, ondanks dat de gemiddelde afmetingen wel een verbetering zijn ten opzichte van de kleinere katten in zijn fokperiode. Destijds werd iedereen aangemoedigd om zoveel mogelijk kleuren te showen en hij betreurt dat er niet meer zoveel effen katten geshowd worden en dat de brown tabby tegenwoordig prevaleert, maar hij merkt op dat de 'moderne' Maine Coon één groot voordeel heeft, het ras is consistent geworden; de katten kunnen eruit zien als broer en zus over het algemeen. In zijn tijd leken veel katten op prachtige langharen, maar niet altijd als een ras.


Prudence

Prudence

Gevraagd naar de verdiensten van hun eigen katten, noemt Rod Jostad's Penelope als de meest succesvolle kat voor de show, die meerdere 'Bests' behaalde. Snel geeft hij aan dat een "Best" behalen niet zo moelijk was als jouw kat de enige was, of één van de twee of drie! Voor de fok echter, vindt hij dat alle katten wel iets hebben bijgedragen met hun individuele verschillen, maar geen extremiteit was erger dan de ander in het fokprogramma. Hij wijst op Annabelle voor de aparte persoonlijkheid waar ze zo dol op waren bij hun katten. Annabelle, een hele mooie silver tabby dame, was er nog, aan mijn voeten en ze stal mijn eigengemaakte koekjes. Al op leeftijd, maar ze viste nog steeds haar speeltjes uit de speelgoedmand en joeg ze over de vloer, terwijl ik met Rod in gesprek was; een perfect voorbeeld van het temperament wat we allemaal graag zouden zien in onze katten.

Één van de eigenschappen die voorkomen bij de Maine Coon die we bespraken was polydactylie, wat 40% van de wilde populatie van de maine katten heeft. Destijds werd er gehoopt dat die eigenschap zou worden opgenomen in de Standaard en een polydactyl SoP werd gemaakt met als clausule "kan extra tenen hebben". Maar het werd als snel duidelijk dat het jaren zou duren om dat aanvaard te krijgen en daarom liet de MCBFA er weer over stemmen door hun leden. De leden stemden tegen en de polydactyl Standaard werd nooit in de registraties vastgelegd. Rod en Betty hadden 1 polydactyl meisje dat Martha heette, maar ze verkochten haar kittens alleen als huisdier.


Werken met Foundation katten

Dit was één van de valkuilen van het werken met foundation katten. Het zou veel te gemakkelijk zijn geweest om de ongewenste kenmerken van het ras vast te leggen, als deze vroege fokkers niet zo voorzichtig en verantwoordelijk waren geweest met hun fokpraktijken. Het is goed gedocumenteerd dat veel van de oorspronkelijke katten met elkaar gekruist werden (inteelt en lijnteelt) in een poging eventuele recessieve fouten te identificeren. Rod zegt dat veel van de vroege fokkers er een punt van maakten erfelijkheid te bestuderen om er zeker van te zijn dat ze hun uiterste best deden om een probleem wat ze hadden geïdentificeerd, niet te laten voortbestaan.


boven: Annabelle
midden: Jon
onder: Ather

Buiten dit zegt Rod dat ze allemaal moesten werken met wat beschikbaar was en daar het beste van moesten maken, dat ze zorgvuldig moesten zijn om te stoppen indien nodig en niet doorgaan met fouten of slecht type en om alle nakomelingen hiervan als huisdier te verkopen. Hij gelooft nog steeds dat het beter is om met een middelmatige kat te werken die geen specifieke fouten heeft, dan met een prachtige kat die 1 duidelijke fout heeft die doorgegeven kan worden aan latere generaties. Hij en Betty hadden een voorkeur voor solids zonder wit en concentreerden zich op blauw, rood en creme. Voor de Centennial van 1976 fokten ze wat het dichtste bij een rood, wit en blauw kitten kwam - een blauw creme met wit, die getoond werd in een artikel in de New York Times. Rod had er zijn eigen mening over; "Het was een vreselijk, rommelig uitziend kitten...!"

Een andere JoStad verdienste was een kat die Tina Muffet heette. Gefokt door Rod en Betty, en Helen Lynch was de eigenaresse, een vriendin van de familie. Tina was een cream Maine Coon die gebruikt werd voor een reclame voor "Moist Meals". Deze kat was dol op op cashewnoten!

Rod leidt nu een gelukkig, gepensioneerd leven, in elk geval van zijn onderwijscarriére, in zijn huis in Westchester, New York. Zijn 'cattery-now-workshop' is waar hij zijn kattekrabpalen maakt en verkoopt en waar hij duizend-en-één lopende projecten heeft. Hij is nog steeds lid van de Maine Coon Cat Club, als enige Erelid en kan altijd gezien worden op de jaarlijkse oostelijke USA show. Het was een genoegen met hem te praten en het enige spijtige was dat ik me dezelfde middag moest haasten om mijn vliegtuig te halen, anders had ik er misschien nu nog zitten roddelen!



© "Maine Coon International", issue 7, 1996.
Reprinted with permission.