|
|
|||
[Vertaald door Sabine van de Ven, fierce-creatures.] Door Ulrika Olsson Gezondheidsprogramma's, waar gaat het allemaal over?De meeste fokkers werken in meer of mindere mate aan de gezondheid van de katten die zij fokken. Lang niet allemaal weten zij echter wat een gezondheidsprogramma is en hoe dat zou moeten worden ontworpen om de beste resultaten te verkrijgen. Door genetici zijn er al studies zijn gedaan naar wat de beste manier is om gezondheidsprogramma's te ontwerpen om tot de beste resultaten te komen. Deze informatie heeft de internationale fokkersgemeenschap echter nog niet echt goed bereikt. Veel fokkers baseren hun activiteiten wat betreft gezondheid nog steeds op gokwerk en hun eigen aannames over wat zou moeten werken om de frequentie van de ziekte te verlagen. Dit artikel geeft enige informatie over wat een gezondheidsprogramma is, hoe het zou moeten worden ontworpen en waarom. Wat is een gezondheidsprogramma en wat is het nietEen gezondheidsprogramma is een georganiseerde manier voor fokkers om samen te werken teneinde de genetische gezondheid van het ras waarmee zij werken, te verbeteren. Veelvoorkomende misverstanden:
Een gezondheidsprogramma bestaat meestal uit het testen van elke individuele kat, én enig onderzoek door genetici of dierenartsen. Het zwaartepunt ligt echter niet alleen maar op het leren over ziektes en afwijkingen, maar bij het op actieve wijze verbeteren van de gezondheid van de katten. Het eindresultaat zou een verlaagde frequentie van de ziekte moeten zijn, gebaseerd op feiten, niet een wetenschappelijk rapport of een aanname dat de katten nu vermoedelijk gezonder zijn (al kan dat een bijproduct zijn). Waarom samenwerken?Om in je eentje een gezondheidsprogramma voor de lange termijn te hebben, heb je per generatie een absoluut minimum van ongeveer 35 katers en 100 poezen nodig, anders zullen je katten problemen krijgen door inteelt. Onnodig te zeggen dat een dergelijke hoeveelheid katten veel teveel is voor een individuele fokker! Dit betekent dat we samen moeten werken. Voor je gezondheidsprogramma ben je afhankelijk van wat andere fokkers doen, aangezien we vroeg of laat allemaal katten van andere fokkers moeten kopen, of onze katten moeten laten dekken door katten van andere fokkers. En die fokkers hebben op hun beurt hun katten ook weer gekocht of laten dekken door katten van wéér andere fokkers. Of we het leuk vinden of niet, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje! Helaas wordt samenwerking niet aangemoedigd door de sterke focus op show en showresultaten in de kattenliefhebberij. Het stimuleert zelfs het tegenovergestelde: competitie tussen fokkers van hetzelfde ras. Dit moeten we tegengaan voor de bestwil van de katten waar we allemaal van houden. We moeten ons minder op shows concentreren, en meer op de kat zélf, het gezelschapsdier, ons harige familielid. Wanneer beginnen met een gezondheidsprogramma?Het is belangrijk om geen gezondheidsprogramma te starten voor kleinere problemen, maar alleen voor grote problemen binnen het ras. Bijvoorbeeld, als de afwijking iets is waar de katten op geen enkele wijze last van hebben, dan is het maken van een gezondheidsprogramma een veel te zwaar middel. Of stel bijvoorbeeld dat maar een klein aantal katten een erfelijke nochtans ernstige ziekte heeft. Dan kan het toch beter zijn om het probleem van alleen die paar katten en hun familieleden aan te pakken, dan om elke kat van dat ras in een gezondheidsprogramma te betrekken. Anders kan het zijn dat de fokkers de meer ernstige en/of veelvoorkomende gezondheidsproblemen uit het oog verliezen. Hoe zet je een gezondheidsprogramma op?Enkele zweedse genetici, deels werkzaam voor de Zweedse Kennel Club, deels werkzaam voor de Landbouwuniversiteit, werken al tientallen jaren met gezondheidsprogramma's voor honden. Daarbij hebben zij verschillende gezondheidsprogramma's uit andere landen bestudeerd. Zij hebben heel wat geleerd over de onderdelen in een gezondheidsprogramma die wél goede resultaten geven, en de onderdelen die niet werken of zelfs de resultaten verpesten. Hier zijn enkele resultaten van hun onderzoek en ervaring:
Het registreren van zowel goede als slechte resultatenHet register van het gezondheidsprogramma dient zowel de goede als de slechte resultaten te bevatten. Over het algemeen worden in openbare lijsten van testresultaten alleen de goede resultaten weergegeven. Men denkt dat dat alles is wat we hoeven te weten, want de dieren die niet in orde zijn, worden toch gesteriliseerd door de eigenaren. En dan hoeven we het niet meer te weten, want we kunnen er niets meer aan doen. Dit klopt echter niet helemaal. We moeten het wel weten. We moeten het weten om de risico's voor verwanten van de aangedane kat beter te kunnen inschatten. Het resultaat en de toestand van de kat is niet altijd per definitie "goed" of "slecht". Er zijn grensgevallen, maar er zijn ook katten die zelf een goed resultaat hebben, maar als zij meerdere aangedane familieleden hebben, kunnen zij nog steeds risico lopen, afhankelijk van de aard van de betreffende ziekte. Als we het bijvoorbeeld over een progressieve ziekte hebben, die bij de geboorte niet meteen zichtbaar is, dan zal de kat pas op oudere leeftijd de eerste symptomen gaan vertonen. Of als het een recessieve ziekte is, dan kan de kat zelf prima in orde zijn, maar de ziekte toch doorgeven aan zijn of haar nakomelingen. Om een een compleet plaatje te krijgen van de risico's van een kat, moeten we ook op de hoogte zijn van de slechte resultaten van verwanten. Een andere reden waarom we zowel de goede als de slechte resultaten moeten weten, is omdat we in staat moeten zijn de frequentie van aangedane dieren te berekenen. De frequentie van de aangedane katten moeten we om twee redenen weten:
Vergelijkbare resultaten, onafhankelijk van welke dierenarts u bezoektVeel gezondheidstesten vereisen een bepaalde hoeveelheid subjectieve interpretatie van de dierenarts. Dit betekent dat de ene dierenarts bepaalde uitkomsten misschien strenger zal beoordelen dan een andere dierenarts. Als deze verschillen groot zijn, zal dat een probleem zijn voor het gezondheidsprogramma. Eén manier om deze verschillen te reduceren is om dezelfde dierenarts alle testresultaten te laten beoordelen. Misschien dat er een dierenarts kan rondreizen om testen uit te voeren, zodat hij/zij alle testen in een gezondheidsprogramma kan uitvoeren? Of als er een echo gemaakt wordt, dan kan die misschien naar één en dezelfde dierenarts gestuurd worden voor beoordeling voor het gezondheidsprogramma? Als het niet doenlijk is om dezelfde dierenarts alle testen te laten beoordelen, kunnen we misschien proberen de richtlijnen zo strak mogelijk te maken binnen de groep deelnemende dierenartsen. Op deze manier, met medewerking van alle dierenartsen, kunnen de verschillen ook worden gereduceerd. We moeten echter niet verwachten dat dit probleem binnen 2 weken kan zijn opgelost. Het is lange termijn werk. We moeten het wat tijd geven en niet verwachten dat de beoordelingen meteen 100% gelijk zijn. Steun gevenAls laatste, als je werkt met een gezondheidsprogramma zal alles makkelijker en fijner werken, als we proberen elkaar te steunen. Een collega met pech die slechte resultaten krijgt, ondanks dat die collega hetzelfde werk als iedereen ter verbetering van het ras doet, mag daar niet de schuld van krijgen. In plaats daarvan moet hij/zij gesteund worden. Zelfs al zijn er misschien fokkers die jou niet steunen, dan zou je toch andere collega-fokkers kunnen blijven steunen. Misschien kun jij, en anderen zoals jij, op termijn de houding in de kattenliefhebberij veranderen en fokkers stimuleren tot samenwerken. We moeten ergens beginnen om dit werkelijkheid te kunnen laten worden. En de beste plaats om te beginnen is, zoals altijd, bij jezelf. |
|
||